Eerste vrije trainingen voor GP Australië

Voor één keer is heel het F1-wereldje het roerend eens: het nieuwe seizoen wordt een strijd tussen Ferrari en McLaren, tussen Schumacher en Hakkinen. Weeral, want sinds '98 is het niet meer anders geweest. Nieuw is dat de rollen zijn omgekeerd: Schumacher is de titelverdediger, Hakkinen de uitdager. Bij de bookmakers start de Duitser als favoriet, bij de meeste insiders ook. Even nagaan waarom.

BR>

DE AUTO

Onmogelijk te zeggen welke wagen het snelst is, de McLaren van Hakkinen of de Ferrari van Schumacher. Vorig jaar lagen ze even dicht bij elkaar als voetbalschoenen van Nike en Adidas. Races werden gewonnen of verloren door details als de afstelling en de tactiek. En bovenal de betrouwbaarheid. McLaren-baas Ron Dennis: «We verspeelden de wereldtitel in de eerste drie wedstrijden, toen wij uitvielen en Michael telkens won.» Vreemd dan ook dat net die betrouwbaarheid de achilleshiel blijft: de zilverpijlen waren in de wintertests snel, maar ze stonden vaak stil. Wat overigens ook gold voor de F2001 van Ferrari. Afwachten dus wat Melbourne brengt. Eén euvel heeft Ferrari wel opgelost. Vorig jaar had het op bepaalde circuits problemen met de bandentemperatuur, waardoor het beperkt was in bandenkeuze en racestrategie. De nieuwe achterophanging moet op dat vlak beterschap brengen. Zoals gezegd: details bepalen het resultaat. Mercedes heeft dan weer hard gewerkt aan kwalificatiemotoren, een aspect waarin het vooral eind vorig jaar zijn meerdere moest onderkennen.

HET TEAM

Ferrari is al twee jaar op rij wereldkampioen bij de constructeurs en levert voor het eerst sinds 21 jaar ook de nummer 1 bij de piloten. Tifosi die de geschiedenis van Maranello kennen, houden nu hun hart vast, want op grote successen volgden bij Ferrari immers al te vaak een rampseizoen. Jody Scheckter was de vorige kampioen in 1979; in '80 haalde

la Scuderia

amper 8 punten en spartelde Scheckter zelfs niet altijd door de kwalificaties. 1956, 1961 en 1964 waren kampioenenjaren met Juan Manuel Fangio, Mike Hawthorn en John Surtees, maar in 1957, 1962 en 1965 boekte Ferrari niet één overwinning. Een wereldtitel was bij Ferrari al te vaak een einddoel. Opdracht volbracht en lekker op de lauweren rusten.

Maar de kans dat de geschiedenis zich weer herhaalt, is klein. De belangen zijn tegenwoordig zo veel groter dan twintig jaar geleden en

la Scuderia

wordt scherp gehouden door een internationale kern: Schumacher is een Duitser, Barrichello een Braziliaan, sportdirecteur Jean Todt een Fransman, tacticus Rory Brawn een Engelsman en hoofdingenieur Rory Byrne een Zuid-Afrikaan. Zij laten de Italianen niet indommelen. Schumacher liet trouwens al verstaan dat hij opstapt, als dat toch het geval zou zijn. Niettemin wordt McLaren nog altijd als het beste team beschouwd. Beetje saai, maar klinisch clean en enorm efficiënt. De samenwerking met Mercedes loopt op wieltjes; Melbourne wordt ook al hun 100ste race samen. Aërodynamica-specialist Adrian Newey blijft de beste ontwerper in het vak en kreeg er deze winter een tweede windtunnel bij. Zowel McLaren als Mercedes verhoogden hun budgetten en McLaren nam 40 man extra in dienst. Dennis: «Ons research-team is nu sterker dan de productie-afdeling. We krijgen de ontworpen onderdelen met moeite geproduceerd.»

TEAMORDERS

Een duidelijk verschil in aanpak. McLaren behandelt Hakkinen en David Coulthard op gelijke voet. Bij Ferrari is Schumacher overduidelijk de nummer 1; Rubens Barrichello moet hem voorlaten als de wedstrijdomstandigheden dat mogelijk maken. Dat staat ook zo in zijn contract. Hakkinen heeft zich al meermaals opgewonden over die ongelijkheid, maar Mercedes-baas Norbert Haug wil het niet anders: «Ik geloof niet in teamorders; ze hebben Michael op drie seizoenen nauwelijks 15 punten opgeleverd.»

MENTAAL FRISHEID

Een piloot wordt een seconde per ronde trager per kind dat hij krijgt.

Gevleugelde woorden van wijlen Enzo Ferrari, die intussen ontkracht zijn door Schumacher. Afwachten nu hoe Mika Hakkinen reageert op de geboorte van Hugo. De Fin kende vorig jaar al een mentale dip en lijkt de brandende ambitie van pakweg drie jaar geleden te ontberen. Speculaties willen dat hij het bij een tegenvallend seizoen voor bekeken zou houden. Schumacher daarentegen lijkt herboren. Handtekeningensessies, interviews en foto-shootings werkt hij met de glimlach af. In '96 trok hij na twee wereldtitels van Benetton naar Ferrari. Vijf jaar moest hij op zijn derde titel wachten, maar nu het gelukt is, lijkt hij herboren. «Of het nummer 1 een verschil maakt? Een paar kilo: het gewicht dat van onze schouders is gevallen. Het wordt een frisse start. We hebben nu het nummer 1, we weten hoe zoet het voelt om het te hebben en dus willen we het houden.»

Bovendien komen stilaan een paar records in zicht. «Statistieken en records zijn alleen leuk voor later in de schommelstoel, met de kleinkinderen op de schoot», wimpelde hij tot nu toe af. Maar nu die titel met Ferrari een feit is, worden ze toch verleidelijk. Een vierde kroon zou hem op de hoogte van Prost brengen, vlak achter Fangio. Hij is nog slechts 7 GP-zeges verwijderd van het record van Prost (51) en 120,5 punten van het puntentotaal van - alweer - Prost (798,5).

STRATEGISCH DOORZICHT

De komst van Michelin kan het tactische plaatje een stuk ingewikkelder maken. Er zullen meer uiteenlopende bandentypes zijn en dus meer potentiële pit-strategieën. Bovendien vreest Ron Dennis dat kleine teams zich met ultra-zacht rubber vooraan op de grid nestelen, bij wijze van publicitaire stunt. In de race vallen die dan snel terug, maar je moet er toch altijd rekening mee houden. En de recente geschiedenis leert dat vooral Schumacher - geholpen door meester-tacticus Ross Brawn - goochelt met alternatieve strategieën. Overigens bleven Ferrari en McLaren allebei bij Bridgestone. Ze putten dus uit hetzelfde bandengamma. Maar gezien de geschiedenis van het huis zal McLaren wellicht ook in 2002 bij Bridgestone blijven, terwijl Ferrari historisch meer met Michelin gelinkt is. Onderhandelingen over 2002 kunnen de relaties met Bridgestone vertroebelen.

REGENNRACES

Op een droge piste is Hakkinen wellicht even snel als Schumacher, zeker over één ronde. Maar regen brengt het beste in Schumacher boven. Niet onbelangrijk, want gemiddeld wordt 15 procent van de punten verdeeld in regenraces. Hakkinen: «Het is duidelijk dat ik nog moet verbeteren in de regen. Ik moet de auto beter leren begrijpen op een nat parcours en dat kan alleen met heel veel oefening.» Een hart onder de riem voor Hakkinen: vanaf Barcelona is tractie-controle toegestaan en wordt regenrijden een stuk makkelijker.