Zwitserse aanklager eist voorwaardelijke straf in canyoning-zaak

Print
De aanklager in het canyoning-proces in het Zwitserse Interlaken heeft maandag voorwaardelijke straffen van vijf tot tien maanden geëist tegen de acht medewerkers van het reisbureau Adventure World die terecht staan op beschuldiging van dood door schuld.
De acht zouden verantwoordelijk zijn voor de dood van achttien toeristen en drie gidsen, die op 27 juli 1999 door een vloedgolf werden gegrepen tijdens een avontuurlijke canyoning-tocht in de Zwitserse Alpen. Veertien slachtoffers kwamen uit Australië en de anderen kwamen uit Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Groot-Brittannië en Zwitserland.

De beklaagden zijn directeuren en medewerkers van het inmiddels failliete Zwitserse Adventure World. De aanklager zegt dat zij door hun gebrek aan verantwoordelijkheid de 21 slachtoffers de dood in hebben gejaagd. Hij wees erop dat de slachtoffers voor hun dood zwaar hebben geleden, onder meer door verwondingen aan het gezicht en gebroken ledematen.
De verdachten wijzen iedere verantwoordelijkheid af en beroepen zich erop dat het ongeluk niet te voorzien en niet te vermijden was. Op de aanklacht, dood door schuld, is maximaal een jaar gevangenisstraf plus een boete van omgerekend 15.000 gulden mogelijk.
Na het ongeluk stelden de Zwitserse autoriteiten nieuwe richtlijnen op voor canyoning. De beoefenaars van de sport trekken langs kabels door ravijnen en rivieren. De uitspraak wordt dinsdag verwacht.