Aantal asielaanvragen fors verminderd in 2001

Print
Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtingen heeft in 2001 in de eerste plaats de crisis als gevolg van de aanvraagpiek van 2000 moeten beheersen. Er werd in de eerste plaats teruggegrepen naar het LIFO-principe (last in, first out), waarbij de meest recente aanvragen het eerst werden aangepakt om de instroom te ontmoedigen.
Pascal Smet wees erop dat men aan drie groepen asielaanvragen de prioriteit heeft gegeven. In de eerste plaats gaat het om de niet-begeleide minderjarigen. In de eerste elf maanden van 2001 gaat het om 663 aanvragers, telkens 68 uit Rwanda en Congo, 56 uit Albanië en 44 uit voormalig Joegoslavië. Ook dossiers met mogelijke problemen inzake openbare orde en waarin de asielprocedure manifest gebruikt wordt als migratiekanaal, komen het eerst aan bod.

Een groot probleem blijft het wegwerken van de achterstand uit het verleden. Van de ruim 257.000 asielaanvragen die sinds 1988 werden ingediend, blijven er vandaag nog 46.280 of 18 procent zonder beslissing. Dat aantal is echter een overschatting, omdat heel wat asielzoekers intussen België reeds verlaten hebben, reeds Belg geworden zijn of geregulariseerd werden.
Het commissariaat-generaal is begonnen met het opkuisen van de oude dossiers. Dat gebeurt door het aanschrijven van de asielzoekers, die dan een maand de tijd hebben om te antwoorden. Van de 4.720 brieven die verstuurd werden naar mensen van nationaliteiten waarvan vermoed werd dat velen zich niet meer in België bevinden, werden 3.407 dossiers behandeld en 944 administratief afgesloten omdat de betrokkene geen teken van leven meer gaf. Smet vermoedt dat zo'n 15 procent van het totaal aantal dossiers op dergelijke manier kunnen worden afgesloten.

Voor 2002 liggen de prioriteiten van Smet in de stabilisatie van de instroom en het ten gronde afhandelen van de aanvragen uit 2001. Daarnaast wil hij ook werken aan het wegwerken van de achterstand, maar dat maakt hij afhankelijk van de snelheid waarmee binnenlandse zaken bijkomend personeel te beschikking stelt. Tot slot wil Pascal Smet de organisatie van het commissariaat-generaal nog verder verbeteren, onder meer door het installeren van een nieuwe databank.
Hij pleitte voorts voor een versterking van de strijd tegen zwartwerk en mensensmokkel en -handel, en voor een betere informatieverstrekking, zowel in de landen van oorsprong als in België.

De commissaris-generaal benadrukte ook de inspanningen die gedaan werden om de kwaliteit van het werk te verhogen. Er werd een kennis- en leercentrum opgericht waar de nieuwe medewerkers een basisopleiding van vijf weken krijgen. Het personeel kreeg ook bijkomende informatica-ondersteuning en de inspanningen inzake research en documentatie werden gevoelig opgevoerd. Een achtste van het personeel van het commissariaat-generaal werkt momenteel aan de research en documentatie onder meer over de toestand in de thuislanden. In dat verband wordt tevens gewerkt aan een betere samenwerking met buitenlandse zaken en de ambassades in de landen van oorsprong.
Pascal Smet kondigde aan dat ook heel wat gedaan wordt om de asielzoeker beter in te lichten over wat hem te wachten staat. In februari 2002 wordt tevens een video opgenomen over wat een asielprocedure precies inhoudt en waarin ook tips voor de asielzoeker worden gegeven over wat hij best wel of niet zegt. De video zal in tien talen worden opgenomen en kost zo'n 500.000 frank.