Boek van De Gucht en Van Hecke voorgesteld

De versplintering van het politieke landschap is niet op te lossen via de scheidingslijn links-rechts, maar eerder door de opdeling tussen conservatieve partijen aan de ene kant en hervormingsgezinde, progressieve partijen die een participatiemaatschappij aanhangen. Dat zei premier Guy Verhofstadt bij de voorstelling van het boek "Het einde van de pilaren".

BELGA

Het boek is de neerslag van het gesprek dat VLD-voorzitter Karel De Gucht en voormalig CVP-voorzitter Johan Van Hecke afgelopen zomer in Toscanië hadden, opgetekend door De Morgen-hoofdredacteur Yves Desmet en De Standaard-journalist Dirk Achten. De commotie rond het boek leidde tot een breuk tussen Van Hecke en de CD&V en tot de oprichting van de NCD, waarvan Van Hecke voorzitter is.

Tijdens een inleidend debat waren Guy Verhofstadt en voormalig premier Wilfried Martens het erover eens dat de breuk gelovigen-vrijzinnigen definitief voorbijgestreefd is. Martens stelde tot grote voldoening van de premier dat er de laatste jaren een liberalisering van het socialisme heeft plaatsgevonden. Zowel De Gucht als Verhofstadt beklemtoonden het belang van het middenveld. "Het boek heeft mij een antwoord gegeven op een vraag waar ik niet uit geraakte", aldus Guy Verhofstadt, die benadrukte dat een liberaal in tegenstelling tot wat men denkt, niet automatisch tegen het middenveld is. "Als je wil dat de burger invloed heeft op de politiek, is het nodig dat hij lid is van een vereniging", stelde hij. "Het middenveld is een remedie om niet bij elk miniem probleem terug te vallen op angstreflexen, op het benadrukken van wat negatief is zonder alternatieven te formuleren", vulde Karel De Gucht aan.

Johan Van Hecke vond het opvallend dat De Gucht op dezelfde lijn zit inzake onderwijs. "Wat De Gucht daarover vandaag zegt, heb ik destijds als CVP-voorzitter geschreven. Dat het onderwijs te veel een zaak van apparaten en vakbonden is, dat er te weinig gepraat wordt over wat dat onderwijs aan zijn leerlingen te bieden heeft, dat de structuren nood hebben aan decentralisering en democratisering. Het gekke is dat mij destijds werd verweten dat ik er op uit was de al te grote invloed van het vrij onderwijs nog te versterken ten nadele van het verzwakte gemeenschapsonderwijs. Nu zegt men van Karel precies het omgekeerde", aldus Van Hecke.