Een plukje Provence in de tuin

Print
Door zijn prachtige kleuren en verleidelijke geur heeft lavendel al eeuwenlang een plaats in onze harten en tuinen. Lavendel, met zijn grijsgroen blad en blauwviolette bloempjes, wordt vaak gebruikt om paadjes af te boorden, zodat de heerlijke geuren vrijkomen als je er voorbijloopt. Het aromatisch kruid wordt ook in de keuken gebruikt. Bovendien wordt zijn geneeskrachtige, ontsmettende en zuiverende werking op prijs gesteld.
Lavendel wordt nog steeds gebruikt in kruidenrecepten. Een paar fijngesneden blaadjes geven een lekkere smaak aan salades. Ook lavendelhoning is heerlijk. Thee van lavendel verlicht bij verstopping, hoofdpijn, een kater, spanning en uitputting. Lavendeltinctuur op alcoholische basis helpt dan weer tegen blauwe plekken en insectenbeten. Kussens, gevuld met lavendel, zouden helpen bij slapeloosheid, stress en depressie. Tussen kleren en linnen weert het kruid motten. De gedroogde bloemen worden vaak tot lavendelzakjes verwerkt en in potpourri's gedaan.
Mogelijkheden zat, dus. En dan hebben we het nog niet over de parfumindustrie. Momenteel wordt niet alleen op de zonnige hellingen van de Provence lavendel verbouwd, maar ook in België en andere Europese landen. Eén van de redenen waarom lavendel het goed doet in deze verschillende klimaten, is dat de plant zich gemakkelijkelijk door kruising vermenigvuldigt en er voor bijna elke omgeving een geschikte soort is.

Gezondheid

Mevrouw Saskia Newlands uit Boxbergheide in Genk, experimenteert al enkele jaren met lavendel in haar tuin, die jaar na jaar voller en mooier wordt. «Goede lavendel vind je boven de 600 m hoogte, maar hoe hoger je gaat, hoe beter de aromaolie wordt. Lavendel wordt geoogst als hij bijna uitgebloeid is. Je neemt staaltjes van de bloem om het gehalte en de kwaliteit van de olie te bepalen. Deze lavendelolie is de meest gebruikte etherische olie. Ze is anti-bacteriaal en wordt gebruikt als ontsmettingsmiddel. Ze werkt kalmerend bij hoofdpijn en stress en is ook een goed middel tegen verkoudheid. Hiervoor meng je 8 tot 10 druppels met wat melk in het badwater. Lavendelolie mag ook op de huid aangebracht worden, wat niet mag met andere etherische olie. Je kunt van lavendel ook thee maken, maar de smaak is nogal bitter. Deze kruidenthee gebruik je best zo'n 2 tot 3 keer per dag en helpt bij hoofdpijn of lichte depressiviteit. Ik heb er zelfs al eens lekkere cake mee gemaakt. Lavendelwater wordt voor de cosmetica gebruikt en werkt heel verfrissend.»

Groei

Welke eisen stelt lavandel om te groeien en te bloeien? Saskia: «Lavendel kan zelfs gekweekt worden op zandgrond en stelt een zonnige grond en veel (zeewier)kalk op prijs, PH-waarde 6,5-7 is ideaal. Naar het schijnt, is de geur het sterkst op kiezelhoudende grond. Na de oogst geef je koemest, stikstof (om hergroei te bevorderen, en ook op het einde van de winter), potas en kalium. Zelf werk ik veel met koemest.»
Sommige kwekers beweren dat je de struiken het eerste jaar best niet laat bloeien, ze dus tijdig snoeit, om de volgende jaren een compacte, sterk bloeiende plant te krijgen. Pas op voor te veel mest, want dan krijg je veel blad maar weinig bloem en dus ook geur.

Oogst

«Je oogst best als de bloei bijna afgelopen is, zodat de bloemen hun geur bewaren. Het moet wel zonnig en droog zijn en liefst 's morgens of 's avonds, want 's middags verliest de plant door de warmte wat van haar geur. Leg de lavendel direct uit de zon, bindt ze in bosjes samen en laat ze drogen op een goed geventileerde plaats. » En snoeien? «Wel, snoeien doe je direct na de oogst, dus midden augustus. Let er dan op dat je nog altijd levend groen moet zien. Snoei dus niet te diep, want dan vormen zich geen nieuwe scheuten! De struik wordt door het snoeien ook compacter. Oudere struiken zijn vaak verhout, die kun je beter door jonge exemplaren vervangen. De L. stoechas, die al in juni bloeit, bloeit nog eens opnieuw als je na de eerste bloei tot de helft terugsnoeit. Na de tweede bloei moet je dan alleen de bloemhoofdjes wegknippen.»

Vermeerderen

Kun je lavendel ook vermeerderen? Saskia: «Eind augustus-begin september kun je van niet-bloeiende scheuten stekjes nemen van 5-10 cm (max. 3 blaadjes). Je doopt de voet in stekpoeder en steekt ze in stekgrond, waaraan je 20 procent perlite (organische witte korrels) toevoegt om de grond luchtig te maken. Je geeft ze weinig water en dit zeker niet bovenop de plant. Je kunt ze ev. verplanten voor de winter, als de wortels goed gegroeid zijn. Dek ze de hele winter af met compost en plant ze in de lente uit op een open, zonnige plaats. Stekken geven mooiere planten, maar dan heb je ook meer kans of degeneratie en ziektes. Zaaien zorgt voor een grotere (olie)opbrengst, maar de kleuren zijn niet zo zuiver. Het is ook veel moeilijker voor de liefhebber. Je kunt natuurlijk ook plantjes kopen - en dit doe je best in het voorjaar. Kies dan wel een bekende soort of een plant die in bloei staat.»