Milieu- en natuurvriendelijk tuinieren

Print
De voorbije decennia gingen door wegenaanleg, industrie, ruilverkaveling en grootschalige landbouw heel wat interessante groene hoekjes verloren. Door het gebruik van onkruidverdelgers werd de natuurlijke voedselketen verbroken en verdwenen sommige planten. De laatste jaren komt er wel een kentering op gang. Overheid en particulieren zijn zich bewust van het belang van behoud of herstel van milieu en landschap. Hoe tuiniers hierbij een handje kunnen toesteken, vroegen we aan Rosette Van Cauteren, auteur van De ekologische siertuin.
Tuinen kunnen groene linten vormen tussen groenvlekken of natuurgebieden, zodat die niet geïsoleerd geraken, wat mogelijk inteelt van de fauna tot gevolg zou hebben. Zelfs in de stad kan dat lint doorlopen, al zal het daar voornamelijk vogels en insecten tot nut zijn.
In de tuin van Rosette mocht de oude boomgaard staande sterven, zodat insecten en vogels er nog lange tijd hun voordeel mee konden doen. «In de loop der jaren kwam er een hofje in de plaats, een stukje siertuin met bloeiende planten en een bank. Een gedeelte van het grasveld wordt afgereden, een ander alleen gemaaid, zodat er een niveauverschil is ontstaan. Tussen het hoge gras evolueerden de kruiden in de loop van de jaren tot een echte bloemenweide. De vijver, eigenlijk een poel die in de zomer droog staat, werd bewust niet voorzien van een folie. Na jaren had zich hier een biotoop gevormd dat we niet wilden verstoren.»

Bostuin

Maar ook wie een nieuwe tuin aanlegt, kan makkelijk zijn steentje bijdragen tot het herstel of behoud van landschap en milieu. «Wie bijvoorbeeld een perceel loofbos koopt, kan in plaats van de bomen om te hakken een bostuin aanleggen. In het voorjaar kunnen onder de bomen anemonen, hyacinten, lelietjes-van-dale, daslook, vingerhoedskruid, bosbiezen en bosgrassen groeien.»
In een naaldbos ben je wat meer beperkt maar je kunt bijvoorbeeld kiezen voor mysterieuze varens of een hoekje met houtwortels, prachtige stronken die bovendien het insecten- en dierenleven stimuleren. Aan de rand van een bostuin is het belangrijk struiken met bessen te planten zodat de vogels aan hun trekken komen.

Moerastuin

Tuineigenaars die een nogal vochtig stuk weiland kopen, hebben dan weer heel andere mogelijkheden. «Dikwijls denken ze dan meteen aan ophogen. Het resultaat is dan meestal teleurstellend. De wortels van de nieuwe aanplantingen komen immers toch weer in het vocht terecht, met alle gevolgen vandien. Het is veel beter van de nood een deugd te maken, licht te nivelleren naar het laagste punt toe en daar een moeras aan te leggen. Qua planten is zo'n moeras nog een stuk mooier dan een vijver. Onder meer speenkruid, narcissen, verschillende soorten irissen, valeriaan en moerasspiraea doen het er prima. Grachten of beekjes die percelen scheiden, moeten zeker behouden blijven, de begroeiing van de oevers kan zonder meer prachtig zijn. Heel decoratief in vochtige delen van de tuin zijn ook knuppelpaden, eventueel geconstrueerd met dik snoeihout.» Voor alle tuinen geldt dat de afsluitingen zeker niet hermetisch mogen zijn. Het territorium van kleine dieren, zoals egels, moet immers zo weinig mogelijk worden beperkt. Wie toch een volledig gesloten draadomheining heeft, kan daar onderaan kleine gaten in knippen. Met snoeihout kun je een bijzonder milieuvriendelijke afsluiting maken.

Stadstuin

«Ook eigenaars van een stadstuin kunnen bijdragen tot het behoud van het milieu. In stadstuinen kunnen vogels nesten maken en bessen vinden. Voor insecten is er nectar en beschutting. In een tuin van 200-300 m² kunnen al een paar bomen worden geplant. Rode paardekastanje is geschikt voor een stadstuin. Berk laat licht door en neemt weinig plaats in. Wie een tuin tussen de 70 en 100 m² heeft, moet het noodgedwongen wat kleiner zien. Een boomhazelaar, een meidoorn of krentenboom op stam zijn prima geschikt voor een kleine stadtuin. Ook laag- of halfstam fruitbomen, appels, peren en pruimen bijvoorbeeld, zijn zeker interessant.»
In echt piepkleine tuintjes kunnen altijd klimplanten groeien. Kamperfoelie bijvoorbeeld geurt heerlijk, draagt bessen en laat zich moeiteloos in allerlei bochten wringen. Druivelaars kunnen profiteren van de beschutting en doen het goed op een stenige ondergrond. In veruit de meeste stadstuinen is wel een plaatsje te vinden voor een vlinderstruik die, zoals de naam het zegt, zeker massa's kleurrijke insecten zal lokken.