Droogvriezen van dode lichamen is milieuvriendelijker

Print
De Zweedse ecologiste Susanne Wiigh-Masak stelt in de laatste uitgave van het Britse wetenschapsmagagzine New Scientist een nieuwe, milieuvriendelijke begrafenismethode voor. Wiigh-Masak pleit ervoor om het lichaam na de dood droog te vriezen en tot poeder te herleiden.
BR> De methode heeft vooral als voordeel dat ze milieuvriendelijker is dan een gewone begrafenis of crematie. Bij het verbranden van een lijk, waarbij 50 liter olie nodig is, komen bijvoorbeeld heel wat giftige stoffen en zware metalen vrij. Ook de teraardebestelling is niet echt milieuvriendelijk. In vele landen wordt het lichaam immers eerst nog gebalsemd om langer te bewaren. Het ontbindingsproces van een lichaam in een doodskist duurt 50 tot 60 jaar. In die tijd komen conserveringsmiddelen in het grondwater terecht.

Volgens Suzanne Wiigh-Masak werd de nieuwe methode al op dode varkens en koeien getest. De kadavers werden in een vloeibare stikstof van -196 graden Celsius ingevroren en daarna met ultrasone trillingen afgebroken. Eenmaal al het water uit het lichaam is onttrokken, rest slechts een reukloze, poederachtige substantie. "Van een lichaam van bijvoorbeeld 80 kilogram blijft nog ongeveer 20 kilogram poeder over, een klein hoopje wat in een recycleerbare doodskist kan worden begraven", zo verduidelijkt Wiigh-Masak in New Scientist.

De Zweedse kerk heeft alvast haar zegen gegeven voor de nieuwe begrafenismethode. "Mijn methode ligt dichtbij hun interpretatie van de Bijbel", verduidelijkt de ecologiste: "Wij zijn uit de aarde gemaakt en tot aarde (stof) zullen wij terugkeren".