Vlaams-Nederlandse samenwerking rond bodemverontreiniging

Print
Vlaanderen en Nederland gaan nauwer samenwerken om zware bodemverontreiniging in de grensstreek efficiënt aan te pakken. Kabinetsmedewerkers van de bevoegde Vlaamse en Nederlandse ministers hebben hierover woensdag overleg gepleegd. Een eerste concreet dossier is dat van zware bodemverontreiniging door metalen in de Kempen.
Vlaams leefmilieuminister Dua en haar Nederlandse collega Pronk erkennen het probleem. In Nederland is een Raamplan opgesteld waarin staat hoe de problematiek in de Nederlandse Kempen aangepakt kan worden. Vlaanderen zoekt al verschillende jaren zeer actief naar mogelijke oplossingen voor de streek en heeft al diverse proefprojecten uitgewerkt.

Nederland en Vlaanderen zouden een overeenkomst tekenen waarin aan de gezamenlijke aanpak nader inhoud en richting wordt gegeven. Zo zal geprobeerd worden om te komen tot een gemeenschappelijke en meer effectgerichte systematiek van risicobeoordeling.
De schaalgrootte van de bodemverontreiniging in de Kempen is dermate dat klassieke saneringsopties niet haalbaar zijn. Vlaanderen en Nederland willen hun inspanningen bundelen om zo vlug mogelijk haalbare concepten uit te werken om het probleem zo efficiënt mogelijk aan te pakken.

Jaarlijks stroomt onder meer 14.000 kg zink de grens over van Vlaanderen naar Nederland via de Dommel. Met een zogenaamde slibvang op de grens zou aan dat probleem verholpen kunnen worden. Zo'n slibvang zorgt ervoor dat het vervuilde slib wordt opgevangen aan de grens.
Nederland en Vlaanderen spraken voorts af om in het kader van een Europees virtueel kenniscentrum hun kennis en expertise over verontreiniging door zware metalen uit te wisselen.