Hersenen van schaakkampioenen werken anders

Duitse onderzoekers van de universiteit van Konstanz hebben aan de hand van de meest geavanceerde apparatuur voor nucleair magnetische beeldvorming (MRI), de hersenactiviteit van topschakers tijdens schaaktoernooien onderzocht. Zij kwamen tot de conclusie dat bij grootmeesters andere hersengebieden actief zijn dan bij gewone amateur-schakers.

GPD

De Duitse onderzoekers onder leiding van professor Thomas Elbert lieten twintig schakers tegen een schaakcomputer aantreden. De helft van deze proefpersonen bestond uit professionele spelers en schaakkampioenen, de overige tien waren enthousiaste schaakamateurs.

Tijdens de duels met de computer werd vijf seconden na elke zet telkens een MRI opgetekend. De onderzoekers richtten hun aandacht daarbij vooral op de gamma-activiteit van de hersencellen. Zoals de wetenschappers in het vaktijdschrift 'Nature' berichten, werd bij de amateur-schakers vooral in de middelste slaapkwabben en in de hippocampus een duidelijke gamma-activiteit geregistreerd. Deze hersengedeelten gelden als belangrijk voor de geheugenopslag van nieuwe gegevens, wat er volgens de vorsers op wijst dat amateurs tijdens het spelen blijkbaar vooral bezig zijn nieuwe zetten te analyseren en in hun geheugen te prenten.

Bij de grootmeesters daarentegen heeft de gamma-activiteit vooral plaats in de hogere hersenschors tussen voorhoofd en kruin, en dat betekent volgens de onderzoekers dat zij hele vroeger opgeslagen geheugenbestanden, zogenaamde 'chunks', kunnen oproepen. Schaakkampioenen blijken tijdens duels met de computer terug te grijpen naar ervaringen uit vroegere partijen en houden zich minder bezig met de analyse van afzonderlijke zetten.

Dat lijkt de chunkingtheorie van het schaakspel te bevestigen, waarbij een bepaalde stand van de figuren op het schaakbord als een visuele eenheid wordt waargenomen en in het geheugen wordt geprent. Grootmeesters zouden tot 100.000 van deze chunks in hun langetermijngeheugen hebben opgeslagen en zij kunnen deze bliksemsnel weer oproepen.

Professionele topschakers beschikken dank zij hun uitgebreide ervaring dus over een enorm visueel geheugen waaruit zij te allen tijde kunnen putten, terwijl amateurs daar niet op kunnen terugvallen en meestal geneigd zijn elke situatie afzonderlijk te analyseren. Zij doen meer een beroep op hun kortetermijngeheugen. Bovendien blijken de meeste grote schaakkampioenen reeds op zeer jonge leeftijd, dus op een ogenblik dat hun geheugen nog uitermate receptief is, met schaakspelen te zijn begonnen, waardoor zij een speciale geheugenfunctie hebben ontwikkeld. Schaakspelers die op latere leeftijd zijn begonnen, halen die achterstand moeilijk in.