Dewael pleit voor Vlaamse investeringen in Vietnam

Print
Vlaamse bedrijven mogen de kans niet laten liggen om zich met hun expertise en deskundigheid in Vietnam te vestigen. Bij voorkeur moeten ze hun krachten bundelen en risico's durven nemen. De Vlaamse overheid wil de Vlaamse ondernemers, via de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV), hierbij een duw in de rug geven. Die boodschap gaf Vlaams minister-president Patrick Dewael (VLD) mee aan het eind van zijn economische missie in Zuid-Oost-Azië.
Vanuit het Westers aandoende Singapore trok Dewael, vergezeld van zijn minister van economie en buitenlandse handel Jaak Gabriëls en een schare Vlaamse ondernemers, naar Vietnam. In beide landen was het de bedoeling een politieke onderbouw te geven aan de bestaande en toekomstige zakenrelaties tussen de Aziatische landen en Vlaanderen. Vooral in Vietnam is de betekenis van een hand-shake met toplui van de communistische partij niet te onderschatten, al was het maar om de bureacratische molen wat sneller te doen draaien.

Vietnam, met 80 miljoen inwoners op een oppervlakte van 10 maal België, is momenteel voor de Belgische overheden één van de prioritaire partnerlanden op het vlak van ontwikkelingssamenwerking. Wanneer in 2004 die bevoegdheid wordt geregionaliseerd, wil Dewael nog een sterkere Vlaamse aanwezigheid in Vietnam. Ontwikkelingssamenwerking en economische samenwerking moeten echter hand in hand gaan, vindt hij.

De Vlaamse minister-president wees op de ambities en de open mind van de Vietnamezen en op hun snelgroeiende economie ("ze worden wereldspelers"). De start van het vernieuwingsbeleid (de "doi moi") waarbij het land wil evolueren van een centrale plan- naar een vrije markteconomie, heeft van Vietnam een gegeerde investeringsstek gemaakt voor bedrijven die in Zuid-Oost-Azië op zoek zijn naar een nieuwe uitvalsbasis ("hub"). Vlaanderen moet oog hebben voor de snelveranderende economische situatie in Vietnam, poneert Dewael. "We kunnen hen met onze expertise op het vlak van mobiliteit, logistiek, waterzuivering en infrastructuur heel wat bieden". Maar Vlaamse ondernemers mogen dan wel geen onmiddellijke return verwachten, want die krijgen ze niet. Een mentaliteitswijziging is volgens de Vlaamse minister-president noodzakelijk. "Onze bedrijven hebben buitenlandse handel te lang beschouwd als een koe die onmiddellijk moest leeggemolken worden", klonk het tijdens een boottocht door de idyllische Ha Long Bay.

Vlaamse ondernemers die naar Vietnam komen, moeten bereid zijn ver vooruit te zien en risico's te nemen. Het delen van die risico's is een rol die weggelegd is voor de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV, een pijler van de GIMV), vindt Dewael. De PMV moet zelf meer aan prospectie gaan doen op het terrein en als zich ergens opportuniteiten voordoen (bijvoorbeeld vandaag op het vlak van mobiliteit in Vietnam) mogelijke Vlaamse investeerders hierover aanschrijven.

Bedoeling is de Vlaamse ervaring omtrent een bepaald project samen te brengen. Die "cluster-werking" zal meer vruchten afwerpen dat wanneer individuele investeerders in gespreide slagorde naar Vietnam trekken, vermoedt Dewael. Die manier van werken wil hij trouwens ook op andere snelgroeiende economieën als China en Indië toepassen.

De Vlaamse delegatieleden brachten op hun laatste dag in Vietnam een bezoek aan de Dinh Vu Economic Zone (DVEZ) in Hai Phong, het transportcentrum alsook de belangrijkste haven in Noord-Vietnam. Aan de basis van de DVEZ ligt een partnerschap tussen het Antwerpse IPEM (International Port Engineering and Management) - waarin de Vlaamse investeringsholding GIMV voor 45 pct participeert naast de DEME-groep-, een van de grootste Amerikaanse verzekeringsconsortia (AIG) en een staatsonderneming in wegenbouwwerken die de Vietnamese overheid vertegenwoordigt. IPEM en AIG hebben sinds '97 elk al meer dan 7,5 miljoen dollar (zo'n 340 miljoen frank) in DVEZ (dat zo'n 1.152 ha land beslaat) gepompt.

Doel is aan internationale investeerders de mogelijkheid bieden om de natuurlijke rijkdommen, de opgeleide arbeidskrachten en de grote marktpotentiëlen te benutten van de Rode rivierdelta. Na het aanleggen van een dienstweg over het hele schiereiland, het winnen van zo'n 14 ha op zee, de aanleg van electriciteitsvoorzieningen etc, kwamen de eerste ondernemingen zich aanmelden. Onder hen onder andere de Vlaamse groep Machiels (waterzuivering), de Amerikaanse oliegigant Caltex (smeermiddelenfabriek) en het Franse Proconco (veevoederfabriek). Plannen zijn er voorts voor de bouw van een distributieterminal voor olieproducenten in de zone, een haventerminal voor stukgoed, een meststoffen- en een textielfabriek. Studies hebben volgens general manager van IPEM, Filip Martens, uitgewezen dat DVEZ in volle ontwikkeling goed zou zijn voor 71.000 directe en 142.200 indirecte jobs.