Powell tevreden met Europese toezeggingen

"Het was een erg productieve vergadering en we hebben beslist om onze krachten te bundelen om het internationaal terrorisme uit te schakelen." Dat heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell donderdag verklaard na afloop van zijn ontmoeting met de Europese trojka.

BELGA

Powell begon zijn persconferentie met de mededeling dat president George W. Bush en premier Guy Verhofstadt elkaar dezelfde dag nog getelefoneerd hadden. Of de Belgische eerste minister komend weekend naar Washington komt om er de resultaten van de speciale Europese Raad toe te lichten, vertelde Powell er niet bij. De Europese trojka bestond uit Belgisch minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel, Hoog EU-vertegenwoordiger Javier Solana en eurocommissaris voor Buitenlandse Betrekkingen Chris Patten. Powell had het in zijn korte verklaring uitsluitend over de gemeenschappelijke strijd tegen het terrorisme. "De doelstellingen ervan", aldus de Secretary of State, "zijn veiligheid en behoud van de democratische samenleving." Over de pas opgestarte militaire operatie 'Infinite Justice' wou Powell alleen kwijt dat het een operatie van lange adem wordt. Het viel wel op dat hij duidelijk maakte dat de strijd tegen het terrorisme meer was dan het uitschakelen van Bin Laden en zijn netwerk. "Het wordt een lange, volgehouden campagne".

Verder verzekerde Powell dat hij geen bezwaar had dat niet alle landen bereid zijn dezelfde inspanningen te leveren. "We hebben daar alle begrip voor", aldus Powell, "En we willen dat er voor iedereen plaats is in de brede coalitie". In zijn verklaring benadrukte Louis Michel dat Europa en de Verenigde Staten geroepen zijn om samen de internationale coalitie te leiden. "Dat betekent permanent overleg en systematische consultatie", aldus de Belgische bewindsman. Michel overliep de vele acties die Europa recent opstartte in de strijd tegen het terrorisme. Hij onderstreepte tenslotte dat de Europese landen zich tot dusver volledig solidair met de VS verklaarden en dat er bijgevolg geen enkele reden is om achterdochtige vragen over het Europees engagement te formuleren.