Verhofstadt vult het begrip "koninklijke familie" in

Print
De koninklijke familie bestaat thans uit Koning Albert en Koningin Paola, Prins Filip en Prinses Mathilde, Koningin Fabiola, Prinses Astrid, haar echtgenoot en kinderen en Prins Laurent. Dat antwoordt premier Verhofstadt op een schriftelijke vraag van senator Vincent Vanquickenborne (VU). Prinses Liliane, de weduwe van koning Leopold III, valt dus uit de boot.
BR>
Vanquickenborne wees in zijn vraagstelling op het feit dat artikel 98 van de grondwet het begrip "koninklijke familie" introduceert door te stellen dat geen enkel lid ervan minister kan worden. In tegenstelling tot Nederland is het in ons land echter niet wettelijk geregeld wie er lid van is. Volgens Verhofstadt is er in ons land geen nood aan een dergelijke wettelijke regeling.

Uit het antwoord van Verhofstadt op een andere vraag blijkt voorts dat de prinsen die thans senator zijn van rechtswege dat niet kunnen blijven indien Koning Albert opgevolgd zal worden als staatshoofd. De premier wijst in dit verband op het artikel 72 uit de grondwet. Dit stipuleert dat enkel "de kinderen van de Koning" senator van rechtswege kunnen zijn.

Op de vraag of er nood is aan bezinning over de rol van ons vorstenhuis wijst Verhofstadt erop dat doorheen de Belgische geschiedenis de instellingen met inbegrip van het vorstenhuis meegeëvolueerd zijn met de grote maatschappelijke veranderingen, waarbij steeds gewaakt werd over de continuïteit van ons staatsbestel. "De werking van de monarchie en de inhoudelijke invulling van de koninklijke functie heeft sinds 1830 een enorme evolutie gekend. Ik ben ervan overtuigd dat deze ook in de toekomst zal evolueren volgens de noden van de maatschappij", aldus de premier.