Vissen uit zelfbescherming in hongerstaking

Print
Vissen die in vervuild water zwemmen, eten vrijwel niets meer. Dat komt doordat hun smaak is aangetast en zij niet weten of hun prooi eetbaar is of niet. Uit zelfbescherming gaan de vissen in hongerstaking. Dat blijkt uit onderzoek van Alexander Kasumyan van de universiteit in Moskou.
Vissen hebben de eigenschap dat ze hun eten eerst voorproeven in de mond. Pas als het bevalt en veilig wordt bevonden, slikken ze het door. Een foute beslissing kan fataal zijn. Dit voedselgedrag verandert in water dat vervuild is met zware metalen, zuren, ammoniak of zeep. De vissen jagen veel minder effectief. Het duurt veel langer eer ze in de gaten hebben met een lekker hapje van doen te hebben.

Bij zeer ernstige vervuiling laten ze hun prooi zelfs aan hun neus voorbijgaan en stoppen met eten. Onderzoekers ontdekten dat toen ze karpers en zalm uit vervuild rivierwater (de Ukhta) in een waterbak met zware metalen stopten. De vissen negeerden het toegediende voedsel waar ze normaal gek op zijn.

Kasumyan vermoedt dat dit afwijkende gedrag komt door de schadelijke invloed van de gifstoffen in het water op de zintuigen, zoals reuk en smaak. De meeste vissen ruiken hun prooi al op honderden meters afstand. Als experimenteel hun reukzin werd geblokkeerd, vertonen ze acuut een ander voedselgedrag. Als een vis bovendien niet meer goed kan proeven, loopt die levensgevaar. De beste verdediging daartegen is om niet meer te eten. Het verstoorde gedrag is overigens omkeerbaar. Als de vis eenmaal in schoon water wordt teruggezet, reageert hij weer normaal.