Japan moet geld uitkeren aan Koreaanse slachtoffers explosie

Print
De Japanse regering moet in totaal 45 miljoen yen (407.645 €) smartengeld betalen aan vijftien Koreanen die kort na de Tweede Wereldoorlog een explosie aan boord van een Japans schip overleefden. Dat heeft een rechtbank in Kyoto donderdag bepaald. Meer dan 500 Koreaanse dwangarbeiders kwamen bij de explosie om het leven.
De explosie deed zich op 24 augustus 1945 voor op een transportschip van de Japanse marine, dat ongeveer 4.000 Koreanen naar huis bracht. Het schip zonk na de explosie, die zich voordeed in de haven van Maizuru. Ook 25 Japanse bemanningsleden kwamen om het leven.

De rechtszaak was aangespannen door zo'n tachtig overlevenden en nabestaanden van slachtoffers, die drie miljard yen (27,1 miljoen €) aan compensatie hadden geëist, plus een officieel excuus van de regering. De eisers waren dan ook niet tevreden met de uitspraak. Volgens de rechtbank kon slechts van vijftien van de eisers worden vastgesteld dat ze zich destijds aan boord van het schip bevonden. Ook vond de rechtbank een excuus van de regering niet op zijn plaats, omdat niet duidelijk zou zijn wie verantwoordelijk was voor de explosie. Volgens overlevenden veroorzaakte de bemanning de explosie met opzet, om rellen onder de opvarenden te voorkomen. Japan zegt dat het schip op een door Amerikaanse troepen gelegde mijn voer. Volgens de rechter voer het schip inderdaad op een mijn, maar is niet duidelijk of deze werd gelegd door Amerikaanse, dan wel door Japanse militairen.
Nabestaanden van de Japanse slachtoffers krijgen jaarlijks ongeveer twee miljoen yen (18.000 €) uitgekeerd van de overheid.