Jonge ster Beta Pictoris zou miljoenen kometen herbergen

Print
Een team van Franse en Amerikaanse astronomen heeft rond de jonge ster Beta Pictoris een zwerm van miljoenen kometen gevonden, zo staat in het jongste nummer van het wetenschappelijke vakblad Nature te lezen. De vondst werpt een nieuw licht op de vorming van ons zonnestelsel. Beta Pictoris is voor astronomen een kandidaat om net als andere sterren planeten te herbergen. Maar de Amerikaans-Franse-Canadese, in juni '99 gelanceerde, FUSE-satelliet bracht bevestiging van iets wat al veel eerder werd vermoed: dat er kometen bestaan in de schijf van stof en gas rond de ster.
Dankzij de hogeresolutiespectroscopie van FUSE in het ultraviolet vonden de onderzoekers onder leiding van Alain Lecavelier van het Instituut voor Astrofysica van Parijs geen moleculaire waterstof rond Beta Pictoris. Eerder hadden de vorsers met de Hubble Ruimtelescoop daar wel koolstofmonoxidemoleculen gevonden. Meteen zaten de onderzoekers met een probleem. Waterstof zou 100.000 keer meer voorkomen dan koolmonoxide in interstellaire gaswolken. CO heeft slechts een levensduur van 1000 jaar. Beide moeten aldus in een soort reservoir opgesloten zitten.
En de meest waarschijnlijke oplossing is een reservoir van miljoenen kometen, net zoals de Kuipergordel in ons zonnestelsel een zwerm "staartsterren" herbergt. De waterstof en andere stoffen zouden immers in die kometen gecondenseerd zijn.
De miljoenen kometen zouden nog warm genoeg zijn om langzaam CO uit te stoten maar te koud voor het weggeven van moleculaire waterstof, dat in de vorm van waterijs "opgesloten" blijft. Beta Pictoris is aldus een planetair stelsel in wording. Wat ook impliceert dat de eerste miljoenen jaren van ons eigen zonnestelsel veel actiever zijn geweest dan totnogtoe aangenomen. De vorsers krijgen tevens nieuwe inzichten over de laatste stadia van planeetvorming.
Toch gaan de waarnemingen van FUSE in tegen die van de ISO-telescoop van ESA. Die vond met zijn infrarode kijker wél moleculaire waterstof rond Beta Pictoris. Beide waarnemingen zijn volgens Paul Feldman van de Johns Hopkins Universiteit met elkaar te verzoenen indien de moleculaire waterstof niet evenredig in de schijf van stof en gas is verdeeld en verspreid is in klonters. ISO kon het aldus opmerken, maar de klonters zouden niet groot genoeg zijn om het ultraviolet te blokkeren zodat FUSE de stof zou kunnen verschalken.