Het geheugen mindert al bij twintigers

Print
Jonge volwassenen tussen de twintig en dertig jaar vergeten net zoveel als mensen die de zestig zijn gepasseerd. Verschil is alleen dat jongeren er in het dagelijks leven geen last van ondervinden en bejaarden wel. Zo blijkt uit studie aan de universiteit van Michigan in Ann Arbor.
Psychologe Denise Park bestudeerde het geheugen en cognitief vermogen van 350 mannen en vrouwen tussen de twintig en negentig jaar. Zij vond dat mentale veroudering vroeger begint dan werd aangenomen. Alleen gebeurt het op jongere leeftijd ongemerkt. Pas als mensen de 65 zijn gepasseerd wordt de achteruitgang in cognitieve vaardigheden merkbaar. «Vooral als mensen regelmatig medicijnen gebruiken krijgen ze moeite met herinneren en zich nieuwe informatie eigen te maken,» zegt Park.

Opvallend is dat ouderen een selectief geheugen ontwikkelen. Sommige dingen blijven hangen en andere weer niet. Hierdoor nemen ze soms foute informatie, die vaak wordt herhaald, aan voor waar. Als er bijvoorbeeld regelmatig wordt gewaarschuwd voor een bepaald medicijn, onthouden ze alleen waarvoor het medicijn gebruikt kan worden. Jongeren daarentegen weten zich nog wel te herinneren dat het medicijn niet deugt.

Maar er is ook goed nieuws. Levenservaring en opgebouwde kennis compenseren een groot deel van de mentale veroudering, zo vond Park. Dat begint zo rond het vijftigste levensjaar - sinds oudsher wordt deze leeftijd gezien als het moment waarop de wijsheid begint.