Mutavdzic blikt terug op twee jaar GBA

Print
ANTWERPEN - Aleksandar Mutavdzic heeft iets met Standard. Vorig seizoen scoorde hij er de gelijkmaker voor Germinal Beerschot. In het tussenseizoen liet de Waalse club haar oog op hem vallen. Maar Mutavdzic bleef en begon aan alweer zijn 3de seizoen op het Kiel. Aan de vooravond van de wedstrijd tegen Standard, blikt hij met gemengde gevoelens terug op ruim 2 jaar België. "Een buitenlander moet zich hier dubbel bewijzen", zegt hij bedeesd. "Maar kan ik jullie dat kwalijk nemen?"
Mutavdzic is één van de 21 Joegoslaven in de Belgische eerste klasse. Twee jaar geleden kwam hij samen met zijn landgenoten Svetlicic en Marinovic naar het Kiel. De eerste werd enkele weken geleden uit de B-kern heropgevist, de tweede is al maanden geblesseerd. Mutavdzic is de enige die momenteel op een plaats in de basis mag rekenen. "De verwachtingen waren heel hoog gespannen", herinnert hij zich de aankomst in Antwerpen. "Te hoog, heb ik later wel eens gedacht. Wij waren niet die wondervoetballers die deze ploeg naar de titel zou leiden, al leken sommigen dat wel te denken. In godsnaam, ik kwam van Rad Belgrado, een club die in Joegoslavië evenveel voorstelt als Sint-Truiden in België. Dat zegt toch iets. Bovendien heb ik maanden nodig gehad om mij aan te passen. Door de oorlog in Joegoslavië was mijn fysieke conditie niet optimaal. Heb geduld, Aleks, sprak ik mezelf elke dag weer moed in. Werk hard. Het heeft resultaat opgebracht. Ik denk dat ik in alle eerlijkheid mag zeggen dat ik de jongste twee jaren een beter voetballer geworden ben."

Hij heeft België leren appreciëren, weet niet eens of hij ooit nog terugwil naar Joegoslavië. "En ook het voetbal bevalt mij best", zegt hij gemeend. "Hier is vaak kritiek op het grote aantal buitenlanders in jullie competitie. Fout, vind ik. Dat is net een verrijking. België is een mix van voetbalculturen en -stijlen. Als voetballer kan je daar alleen maar van leren. Al begrijp ik best dat buitenlanders kritischer worden gevolgd. Ik heb dat zelf ook ervaren. Je moet je dubbel bewijzen. Maar dat is ook logisch. Als er morgen pardoes een Belg in Joegoslavië belandt, zou die ook met argusogen gevolgd worden."

"Wel ben ik geschrokken van het groot aantal transfers in België. In Joegoslavië laten de clubs jaarlijks een paar jeugdspelers naar de A-kern doorstromen, hooguit één speler wordt bij een andere club weggehaald. Terwijl dit het 3de jaar op rij is dat Germinal Beerschot met een heel nieuw elftal aan het seizoen begint. Aanvankelijk was ik daar bang voor. Hoe kan je ooit met een ingespeeld elftal aan de competitie beginnen, dacht ik. Tot we vorige week met 8-2 wonnen tegen La Louvière. En hoe! Veel goede combinaties, mooie goals, veel spektakel. We stonden er zelf van te kijken. Het heeft mij er ook van overtuigd dat we absoluut niet kansloos zijn tegen Standard en Anderlecht. In België kan iedereen van iedereen winnen. Helemaal anders dan in Joegoslavië. Speelden we met Rad tegen Partizan of Rode Ster, dan vroegen we ons niet af of we een punt konden rapen. De vraag was of we de nederlaag dat jaar tot 4-0 konden beperken."

Twee jaar geleden sprak Mutavdzic nog luidop over zijn ambities. Ambities die verder reikten dan Germinal Beerschot. "België moest een opstapje worden", klonk het toen, "naar de echte top, in Spanje, Italië, Frankrijk..." Nu moet hijzelf glimlachen bij die woorden. "Ik ben nog maar 24. Het kan dus nog. Maar ik lig er niet meer wakker van. Als ik hoor dat Standard in mij geïnteresseerd was, flatteert mij dat, maar meer ook niet. Trouwens: wil ik in België hogerop, dan moet ik naar Anderlecht. Andere clubs beschouw ik niet als promotie. Dan kan ik even goed bij Germinal Beerschot blijven. En aan de nationale ploeg van Joegoslavië denk ik al helemaal niet meer. Wie geen vaste waarde is bij een internationale topclub - genre Lazio of Valencia - komt er simpelweg niet in. Een linkerflankspeler van Germinal Beerschot kunnen ze daar hooguit als ballenraper gebruiken."

"Van der Elst is een legende in Joegoslavië"
"Joegoslavië is absoluut voetbalgek", zegt Aleksandar Mutavdzic. "Maar men moet dan ook niet overdrijven. Bij Partizan en Rode Ster zitten dan wel wekelijks 30.000 mensen op de tribune, andere eersteklassers moeten he met hooguit 3.000 toeschouwers stellen. Dan is het in België toch heel wat beter verdeeld."

Maar dat Joegoslavië een land van voetbalkenners is, wil hij toch benadrukken. "Als ik ginds vertel dat Franky Van der Elst mijn trainer is, schrikken ze er wel eens. Door zijn palmares als international is Van der Elst is een legende in Joegoslavië."

"Wie scoort, is populair"
Joegoslaven hebben geen discipline, zijn lui en denken meer aan zichzelf dan aan de ploeg. Mutavdzic kent de vooroordelen. Hij heeft er zelf ook tegen moeten opboksen. "Er zit zelfs een beetje waarheid in", geeft hij toe. "Die laat-maar-waaien-mentaliteit maakt deel uit van onze cultuur. Ik ken heel goede Joegoslavische voetballers die het nooit gemaakt hebben, simpelweg omdat ze er niet genoeg voor over hadden."

Ook Mutavdzic wordt wel eens een vorm van egoïsme verweten. Hij zou te vaak op zoek gaan naar persoonlijk succes en zijn defensieve taken verwaarlozen. "Ben ik het niet mee eens", zegt hij. "Als ik opruk, is dat omdat ik weet dat ik of op tijd terug ben om mee te verdedigen of omdat iemand anders mijn taak overneemt. Maar het klopt wel dat ik graag mijn goaltje meepik. Logisch toch? Wie zijn naam wordt onthouden na een wedstrijd? Als je scoort, ben je populair. zo eenvoudig is het."

"Voorbestemd om bij Rode Ster te voetballen"
Germinal Beerschot dankt Mutavdzic aan de oorlog in de Balkan. Toen hij in de lente van 1999 voor het bescheiden Rad Belgrado speelde, leek de linkerflankspeler - zoals elke getalenteerde Joegoslavische voetballer - voorbestemd om bij Rode Ster te belanden. De contacten waren al gelegd, zegt Mutavdzic. "Van mijn 13de tot mijn 17de speelde ik al bij de jeugd van Rode Ster. Maar omdat ik niet rijp was voor het eerste elftal werd ik aan het kleinere Rad Belgrado afgestaan. Dat gebeurt wel vaker. De bedoeling was dat ik nadien eventueel zou terugkeren. In 1999 leek het zover. Maar toen barstte de oorlog weer in alle hevigheid los en was van voetballen geen sprake meer. Ik had de keuze: wachten wat het zou worden met Rode Ster of ingaan op een voorstel uit het buitenland. Zo belandde ik bij Germinal Beerschot."