VS en Israël dreigen met boycot antiracismeconferentie

Print
Een twee weken durende voorbereidingsbijeenkomst voor de antiracismeconferentie van de Verenigde Naties is vrijdag in Genève afgesloten zonder overeenstemming over een beoordeling van het Arabisch-Israëlisch conflict en de door Afrikaanse staten gewenste compensatie voor slavernij en kolonialisme.
Een boycot van de conferentie, die 31 augustus in het Zuid-Afrikaanse Durban geopend wordt, door de Verenigde Staten en Israël hangt in de lucht. De twee landen hebben zich gestoord aan een ontwerpresolutie van de Islamitische Conferentie-organisatie (OIC), waarin Israël scherp veroordeeld wordt wegens onderdrukking van de Palestijnen. De scherpste passages zijn na moeizame onderhandelingen door de initiatiefnemers uit de tekst geschrapt, maar de veranderingen gaan Washington en Tel Aviv niet ver genoeg. De Israëlische afgevaardigde Jaakov Levi zei dat zijn land zich in de komende dagen over deelname aan de conferentie in Durban zal moeten beraden.

Ook de eis van Afrikaanse landen om voor de gevolgen van slavenhandel en kolonialisme schadeloos te worden gesteld kan voor de Verenigde Staten een breekpunt zijn. Washington en Tel Aviv verwierpen donderdag een compromisvoorstel van de OIC, waarin de jodenvervolging door de nazi's weliswaar genoemd werd, maar een in de ogen van Israël ongepaste vergelijking werd getrokken met de verdrijving van Arabieren uit Palestina en de Golanhoogten.

Hoge Commissaris voor de Mensenrechten Mary Robinson zei ondanks de overgebleven verschillen blij te zijn met de vooruitgang die in de afgelopen twee weken is geboekt. Robinson zei te hopen dat de resterende meningsverschillen uit de weg kunnen worden geruimd. In Amerikaanse kringen werd vernomen dat de beslissing over deelname in Durban op zijn vroegst volgende week zal worden genomen.