'Leger en rebellen Burundi schuld aan 400 doden in half jaar'

Print
Het door Tutsi's gedomineerde leger en Hutu-rebellen in Burundi hebben samen in de eerste zes maanden van dit jaar minstens 400 burgers gedood. Dat zeggen vijf Burundese mensenrechtengroepen in een vrijdag uitgebracht rapport.
De vijf organisaties, van zowel Hutu's als Tutsi's, zeggen dat 227 burgers omkwamen toen rebellen eerder dit jaar de wijk Kinama in het noorden van de hoofdstad aanvielen. Van de slachtoffers zouden er honderd door toedoen van het leger zijn gevallen. Het rapport beschuldigt twee rebellenorganisaties, het Nationale Bevrijdingsfront en de Strijdkrachten voor Verdediging van de Democratie, van aanvallen op bussen op hoofdwegen om Tutsi's te vermoorden, alsook van aanvallen op afgelegen dorpen en diefstal van vee.

De bevolking van Burundi is in meerderheid Hutu, maar het leger en de regering worden gedomineerd door Tutsi's. Zeker 200.000 mensen kwamen om nadat Tutsi-militairen in oktober 1993 de eerste democratisch gekozen president, een Hutu, vermoordden. Een woordvoerder van een van de mensenrechtenorganisaties zei dat er niet meer op zo grote schaal wordt gemoord als voorheen, maar dat er nog steeds veel slachtoffers vallen bij aanvallen die op burgers gemunt zijn.

De Burundese regering heeft met achttien politieke groeperingen een vredesakkoord gesloten, volgens welke de huidige president Pierre Buyoya, een Tutsi die in juli 1996 de macht greep, in november aan het hoofd van een driejarige overgangsregering komt te staan om na achttien maanden te worden afgelost door de vice-president, een Hutu. De rebellen zijn echter buiten de onderhandelingen gebleven en het akkoord voorziet dan ook niet in een wapenstilstand.