Rik Verbrugghe: "Winnen moet je leren"

CHARLEVILLE-MÉZIÈRES -

Niet Mario Aerts, wel Rik Verbrugghe sloot het Internationaal Wegcriterium zegevierend af. Geen nood: het bleef in de familie. De branie waarmee de Luikenaar van Lotto - Adecco de tweedaagse naar zijn hand zette, zorgde bovendien voor grote ogen. Winst in de openingsetappe, vierde in de tweede rit en superieur in de afsluitende tijdrit: Frankrijk stond paf.

Luc Lamon

BR>

Op 1 april is Valerie jarig, dus zocht Rik Verbrugghe de goedkopere manier uit om zijn vrouw met een bloemenbos van hier tot ginder te plezieren. Dat hij in de Franse Ardennen voor zijn ploeg het pakket UCI-punten voor het weekend op meer dan 400 bracht, was aardig meegenomen. Zoveel zin in pokeren zagen we zelden in één mens bij elkaar. Zaterdag verliet hij het groepje vluchters waartoe hij behoorde als een schicht met het spandoek in zicht. Zondagvoormiddag rekende hij eigenhandig of samen met de ploegmaats af met elke ontsnapper. In de afsluitende tijdrit brak hij met een gemiddelde van bijna 50 km/u bijna door de geluidsmuur. Rik straalde als een glimworm op het grote podium op het hertogelijk plein in een vol gelopen Charleville-Mézières.

«Ik was net op het goede moment klaar voor de strijd. En wie klaar is straalt.» Zo simpel klinkt het leven uit de mond van een lefgozer buiten categorie.

Het woord

winnen

behoort nochtans niet tot de geregelde

vocabulaire

van een van de weinige echte Belgen in het peloton. Met zijn ritzege in de zaterdagetappe kwam Verbrugghe voor het eerst sinds 1997 aan juichen toe na een rit in lijn. Alleen het behalen van de nationale tijdrijdtitel, vorig jaar in Sint-Niklaas, doorbrak heel even de lange stilte.

«Wat wil je? Ik heb geen sprint in huis», haalt hij de schouders op. «Maar ik weet intussen hoe het moet: aanvallen. Er stelt zich één probleem. Ze kennen me intussen. Zaterdag lukte het een keer. Vijfhonderd meter voor de streep toonde ik het vluchtersgroepje mijn hielen. Ik bleef maar net uit hun klauwen. Vandaag volstond het mijn trui te verdedigen. Vanmorgen pakte ik net voorbij de rode driehoek de ontsnapte Vinokourov terug, maar viel de rest ons op de nek. In de tijdrit ging ik tot de bodem.»

Afgelopen winter bereidde de man uit Luik zich voor op een groot feest. Hij werkte aan lichaam én geest.

«Het ging behoorlijk hard. Op de weg en in de krachthonk. Na de twee ploegstages trok ik mij samen met Christophe Brandt in het Spaanse Torremolinos terug voor een derde doorgedreven trainingssessie en die rendeert. Ook in mijn hoofd speelde zich een en ander af. 2000 was een uitstekend seizoen, maar zonder successen.

Dat moet veranderen

, prentte ik mijzelf in.

Ik moet meer durven.

Voilà, dit is het resultaat. Winnen moet je leren. Misschien kende ik het geluk dat ik in de schaduw en in het zog van de zegedrift van de ploegmaats rustig verder kon werken. De druk was voor dit weekend al van de ketel. Met tien overwinningen doen we nu al beter dan heel vorig jaar. Toch heb ik nog één wens: tegen de Waalse klassiekers wil ik nóg verder staan. Ik wil ook in mijn achtertuin een keer schitteren.»