Taal(on)evenwicht

De Brusselse krant Le Soir wist gisteren te melden dat in de federale administratie er een groot taalonevenwicht is te nadele van de Franstaligen voor wat betreft de hogere ambtenaren. Zo zou nog maar 35,7 procent van de hoogste ambtenaren tot de Franstalige taalrol behoren.

HBvL.be Het Belang van Limburg

Nochtans voorziet de wet in een 50/50-verhouding.

In dit land wonen grosso modo 60 procent Vlamingen en 40 procent Franstaligen. In feite is het niet normaal dat de Franstaligen recht hebben op de helft van de hoogste functies in de federale administratie. Het zou logisch zijn mocht de wet in die zin worden aangepast. In afwachting daarvan moet de huidige wet gerespecteerd worden.

Maar is er ook echt sprake van discriminatie van de Franstaligen? Toch niet. Het is inderdaad zo dat op dit ogenblik de 50/50-verhouding (mandaathouders, leidinggevenden, ambtenaren van de niveaus A4 en A3) niet wordt gerespecteerd. Dat is een tijdelijk fenomeen. De verklaring is dat veel Franstalige top-ambtenaren recent met pensioen zijn gegaan en hun opvolgers niet kunnen benoemd worden door deze regering van… lopende zaken. Maar dat kon men niet in Le Soir lezen.

Overigens zal het niet zo gemakkelijke zijn om ze allemaal snel te vervangen omdat top-ambtenaren perfect tweetalig moeten zijn en dat is langs Franstalige kant niet altijd even evident.

Hoe zou het zitten met de taalverhoudingen bij de lagere ambtenaren? We hebben het dan over de niveaus A2, A1, B, C en D. Hier wordt er gestreefd naar een 60/40-verhouding. Maar wat blijkt? Momenteel ligt voor het voltallige federaal administratief openbaar ambt (federale amtenaren exclusief de militairen, het gerecht en de politie) de verhouding op 53,6 procent Nederlandstaligen en 46,4 procent Franstaligen.

Recent was er ook al veel te doen om het taalevenwicht in het leger. Ook daar zou er, althans volgens de Franstaligen, sprake zijn van een “flamandisation”. Ze vroegen en kregen een werkgroep. En wat is het resultaat? Bij de topfuncties in het leger is er inderdaad sprake van een lichte oververtegenwoordiging van de Vlamingen omdat men niet altijd voldoende geschikte Franstalige kandidaten vindt omwille van hun talenkennis. En bij de lagere functies een grote oververtegenwoordiging van de Franstaligen (+300 onderofficiers en +1.500 vrijwilligers).

Is er sprake van een taalonevenwicht bij de federale administratie? Ja. Maar in tegenstelling tot wat Le Soir beweert, is die helaas ten nadele van de Vlamingen. Had u iets anders verwacht?

Eric Donckier