In het ziekenhuis

Geduldig mijn beurt afwachtend passeert een hele rij patiënten de revue. Een zeurende echtgenoot, geflankeerd door zijn gewillige vrouw, die de dames achter de balie ‘eens goed zijn gedacht gaat zeggen’. Een piepjong paartje, met hun dochtertje van drie. Heel veel kusjes en aaitjes en heel veel oog voor mekaar. Een flink kindje, dat het na een uur, een koek en diverse speelgoedjes uit mama’s sjakosj, het toch wel gehad heeft. Een dochter met haar vader in een heftige discussie. Een vrouw van middelbare leeftijd, zo verzonken in haar lectuur dat ze niet hoort dat het haar beurt is. Een heel jonge gast met zijn mama in de rolstoel. Ontroerend hoe hij voor haar zorgt. Een iets oudere man, die “nog heel lang in de Congo gezeten heeft, en echt al wel alles heeft meegemaakt”. Een vrouw van rond de 40, geduldig wachtend op haar bloeduitslag…

Ann

Het lange wachten wordt beloond: mijn beurt. Na een kwartiertje sta ik weer buiten, met goed nieuws. Even rijst de vraag hoe het voor de overige patiënten was.