Liefde

De liefde is een ruimte,

Ann

waar ik binnen ga.

Alles is er wonderbaar,

verrassend zoveel schoonheid.

Ik kan ze niet bevatten,

alles in mij trilt.

Haar aantrekkingskracht, overweldigend,

de afwijzing onbestaand.

Hier mag ik veilig toeven,

mezelf volledig zijn.

Aan haar wil ik me toevertrouwen,

een liefde zonder eind.

Ze vormt me langzaam om,

ze maakt mijn paden recht.

Aan haar wil ik me geven,

ieder ogenblik steeds meer.

Ze stuwt me immer voort,

steeds dieper in haar hart.

In haar verlies ik mij,

dat labyrint van liefde.

Een eerste stap, voldoende,

getrokken door haar licht.

In vrijheid losgelaten,

al wat mij weerhield.