Ceremonieel koningschap

“Iedereen zegt dat de N-VA zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Wel, geef ons dan ook de kans om die te nemen.” Dat zegt Kris Van Dijck, N-VA-fractieleider in het Vlaams Parlement, in een interview in Het Belang van Limburg.

HBvL.be Het Belang van Limburg

Senaatsfractieleidster Liesbeth Homans zei gistermiddag in het politiek debat van de VRT ongeveer hetzelfde. Zij verweet de koning haar partij te weinig kansen te geven om een uitweg uit de crisis te zoeken. Wat haar vanwege de andere partijen de stilaan klassieke Calimero-verwijten opleverde dat de N-VA als grootste partij van het land zich niet mag blijven verschuilen achter allerlei excuses.

Toch geven de feiten Liesbeth Homans gelijk. In de 330 dagen die verstreken zijn sinds de verkiezingen van 2010, heeft N-VAvoorzitter Bart De Wever in totaal 31 dagen het initiatief gehad. Dat is minder dan 10 procent. Als we het informateurschap aftrekken omdat dat niet meetelt voor de echte onderhandelingen, had de N-VA sinds de verkiezingen tien dagen het initiatief. Elio Di Rupo werkte 57 dagen als preformateur. Johan Vande Lanotte was 97 dagen lang bemiddelaar, hoewel de sp.a zeker geen winnaar van de verkiezingen was. En Wouter Beke, voorzitter van CD&V, ook al geen winnaar, zit vandaag aan zijn 68ste dag als bemiddelaar.

De N-VA heeft dus zonder meer gelijk als de partij vindt dat ze te weinig kansen krijgt, al moet ze dat misschien niet echt aan de koning verwijten. Het zou overdreven zijn te zeggen dat de vorst doet wat hem gezegd wordt door de partijen, maar zijn taak bestaat er wel in te kijken wat mogelijk is, wie mogelijk is.

En blijkbaar is de N-VA niet mogelijk, is Bart De Wever niet mogelijk. Waarom? Omdat het voor sommigen een schrikbeeld is dat de N-VA ooit wel eens een voorstel op tafel zou kunnen leggen dat niet onbespreekbaar is?

Wat zou een puur ceremonieel koningschap daaraan veranderen, zo werd gisteren in het tv-debat gesneerd richting N-VA.

Toch wel een en ander. Ten eerste zouden partijen zich niet langer kunnen verstoppen achter de koning en zouden loslippige voorzitters hem niet langer in verlegenheid kunnen brengen.

Bovendien zouden de zaken dan wellicht sneller opschieten. Want zonder koninklijk arbiter komt het initiatief automatisch toe aan de grootste partij die ‘uit haar kot’ moet komen en een voorstel op tafel leggen. Zouden de problemen dan minder groot worden?

Neen, maar we zouden zeker niet in de impasse zitten waarbij er elf maanden na de verkiezingen nog geen regeringsonderhandelingen begonnen zijn.

Luc Standaert