Een dauwdruppel

Print

Een goeroe naam zeven volgelingen mee op een ochtendwandeling. De dauwdruppels schitterden in de zon. Hij plaatste zijn leerlingen rond een grote dauwdruppel op een blad en vroeg hen welke kleur die had. Ze antwoordden één voor één: rood, oranje, geel, blauw, indigo, groen, violet.

Ze stonden verbaasd over de verschillende waarnemingen, maar bleven elk bevestigen dat hun waarneming de juiste was. Toen deed de goeroe hen van plaats verwisselen en nog eens. Toen de zon hoger opgeklommen was verwisselde hij hen nog eens. Dan moesten ze toegeven dat ze elk van uit een andere invalshoek een andere waarneming hadden van eenzelfde realiteit. De goeroe maakte dan de toepassing op hun waarneming van de werkelijkheid van het leven. We zien de werkelijkheid anders naargelang de plaats en de tijd die we innemen. De globale kijk op het leven wordt steeds duidelijker en rijker naarmate we rekening houden met de invalshoek en de leeftijd van de anderen.