Provinciebesturen en democratie

Binnen enkele weken wordt er in het Vlaams Parlement mogelijk een hervorming van het provinciebestuur gestemd. Meer bepaald liggen voorstellen ter tafel om de persoonsgebonden materies (cultuur, welzijn,…) als bevoegdheid aan de provincies te ontnemen, en om Intergemeentelijke Samenwerkingsverbanden in het leven te roepen. Hierbij wil ik de betrokken parlementsleden vragen om er even bij stil te staan welke consequenties dit kan hebben voor een democratische opbouw van onze samenleving, en zeker niet onbedacht tot de stemming over te gaan.
In de afgelopen decennia hebben heel wat sociale bewegingen (de integratiesector, milieuverenigingen,derdewereldorganisaties, huurdersbonden, werknemers en werkgevers) zich provinciaal georganiseerd en kunnen ze zo gesprekspartner zijn voor het provinciebestuur, om adviezen door te geven en het beleid op te volgen. Voor een deel verloopt deze dialoog via provinciale adviesraden. Als dit beleidsniveau verdwijnt, verdwijnt ook een deel van de burgerinspraak. Een gelijkaardige dialoog met de ISV’s (of subregio’s) is moeilijk voor te stellen, en de werking hiervan dreigt even ondoorzichtig te zijn als die van de intercommunales nu. In ieder geval zorgt deze verbrokkeling voor communicatieproblemen.
Gezonde en goed uitgebouwde overheidsstructuren zijn vaak een must om de maatschappelijke noden te lenigen. Onze provincies kennen een lange traditie om de sociale cohesie te versterken. Een sociaal en ecologisch solidaire gemeenschap wordt opgebouwd van onderop, gedragen door een maatschappelijk middenveld, met steun en soms sturing via democratisch verkozen en gecontroleerde overheidsbesturen. Provinciebesturen uithollen en op termijn met de sloophamer neerhalen, dat betekent minder democratie en minder burgerinspraak.