incestslachtoffers willen traumacentrum

In de Commissie Seksueel Misbruik wordt gerapporteerd dat ‘dat de vertrouwensartsencentra te lange wachttijden hebben om slachtoffers op te vangen en pleitten voor de oprichting van traumacentra, die 24 uur op 24 open zijn. ‘
Allereerst willen we corrigeren dat de Vertrouwensartsencentra Kindermishandeling in Vlaanderen reeds jarenlang gezamenlijk de naam ‘ VERTROUWENSCENTRUM KINDERMISHANDELING’ gebruiken en zich aldus naar buiten toe bekendmaken. Deze naam, zoals ook aangegeven in het Besluit van de Vlaamse Regering dd. juli 2002, wil uitdrukking geven aan de multidisciplinaire teamwerking in het opnemen van meldingen rond vermoedens van kindermishandeling en seksueel misbruik.
Bovendien garanderen de Vertrouwenscentra Kindermishandeling een maximale bereikbaarheid: tijdens de kantooruren is er in elk Vertrouwenscentrum minstens een medewerker-hulpverlener telefonisch ter beschikking om professionelen en niet-professionelen te beluisteren, advies te geven, een melding op te nemen.
Buiten de kantooruren is het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling te bereiken – 24 uur op 24 uur – voor dringende hulpvragen.
Gezien de ernst van de vele oproepen – in 2010 een stijging van contactnames in nagenoeg elk VK – kan niet ontkend worden dat er een hoge werkdruk is bij de medewerkers, maar van wachttijden in de Vertrouwenscentra is er geen sprake. Elke oproep wordt ernstig genomen en telkens wordt er stante pede ingeschat welke maatregelen dienen genomen om minderjarige slachtoffers te beveiligen.
In het vervolgtraject van hulp, dat na de beveiliging en na de diagnose van kindermishandeling, resp. seksueel misbruik aan kinderen en hun gezinnen wordt voorgesteld, stoten ook de Vertrouwenscentra op wachtlijsten. Uiteraard valt dat te betreuren, zoals de Moeders van Incestslachtoffers het vermoedelijk bedoelen.
Of de Vertrouwenscentra Kindermishandeling in de bedoelde commissie zullen gehoord worden is ons onduidelijk. Nochtans nemen zij reeds 30 jaren in Vlaanderen zorgverantwoordelijkheid op voor kinderen, die bij hen als mogelijke slachtoffers aangemeld worden.