Weinig zelfvertrouwen

Print

Zijn nieuwe verkiezingen nog te vermijden? We vrezen van niet. De Franstaligen hebben de nota De Wever binnen de kortste keren naar de prullenmand verwezen als onaanvaardbaar. De N-VA reageerde prompt met de aankondiging dat ze een eigen B-H-V-splitsingsvoorstel gaat indienen in de Kamer. Een spiraal van opbod die onvermijdelijk leidt tot nieuwe verkiezingen.

Tenzij de koning een wit konijn uit zijn hoge hoed weet te toveren. Maar de koning staat voor een uiterst delicate opdracht. Zo moet hij beslissen met welke partijen de onderhandelingen worden voortgezet. En als hij het bij de huidige zeven partijen houdt gezien het verzet van het PS-cdH-Ecolo-front tegen de liberalen, dan moet hij beslissen op basis van wat de onderhandelingen worden voortgezet: de nota De Wever dan wel de informele afspraken die werden gemaakt onder preformateur Elio Di Rupo en binnen de highlevelgroep. Het mag duidelijk zijn dat het hier gaat om een politieke keuze waarmee de koning niet anders kan dan de Vlamingen dan wel de Franstaligen tegen de haren in te strijken.

Dat de Franstaligen wat problemen hebben met de nota De Wever, daar kunnen we ons iets bij voorstellen. Dat ze er gewoon niet over willen praten, dat begrijpen we niet. De enig mogelijke verklaring daarvoor is dat de Franstaligen geen enkel vertrouwen in zichzelf hebben.

Het is juist dat het voorstel van Bart De Wever over de financieringswet leidt tot een verarming van Wallonië en na verloop van tijd ook van Brussel. Dat wordt in het begin nog gecompenseerd door het nieuwe solidariteitsmechanisme en de 300 miljoen euro extra voor Brussel, na verloop van tijd vermindert dat. Tenzij Wallonië en Brussel er in slagen om hun economie op te krikken, meer mensen aan het werk te krijgen en zo meer belastingsinkomsten te krijgen.

De afwijzing van de Franstaligen van dit systeem houdt in dat ze geen vertrouwen hebben in zichzelf, dat ze denken dat hun economische situatie over tien jaar net dezelfde zal zijn als nu. Dat is een wel erg erg pessimistische visie. Ze blijven rekenen op de solidariteit van de Vlamingen via het federale staatskas.

Dat verarmt Vlaanderen. Bovendien is het de vraag hoe lang Vlaanderen dat nog aankan in het licht van de nakende vergrijzing. Ook wanneer alles blijft zoals het is, moet de werkzaamheidsgraad opgevoerd worden om alles betaald te krijgen. Dat moet gezien de cijfers in Vlaanderen, maar het meest van al in Brussel en Wallonië gebeuren. Lukt dat niet, dan worden we met zijn allen armer en is solidariteit zelfs niet meer mogelijk.

Eric Donckier