Historisch

Vakbonden en directie van Ford Genk hebben gisteren een investeringsakkoord ondertekend dat de toekomst van de fabriek - en van het testcentrum in Lommel - veilig stelt tot in 2020. Guy Martens noemde het akkoord historisch voor Genk, voor Lommel en voor Limburg.

HBvL.be Het Belang van Limburg

Guy Martens heeft gelijk. Dankzij dit akkoord worden er nog zeker tot 2020 auto’s gebouwd in Genk, in twee ploegen, minstens 225.000 auto’s per jaar, met 4.500 mensen. Of meer, want als de conjunctuur dat vraagt dan zijn er nog altijd die 200 vaste contracten die opnieuw in het akkoord werden opgenomen. En als er toch iets zou misgaan, dan belooft Ford een ander product, of een verhoging van bestaande productievolumes. Kent u nog bedrijven die hun personeel dergelijke garanties hebben gegeven? Wij niet.

Het akkoord is ook historisch voor Limburg. Het belang van Ford Genk voor onze provincie is immers niet te onderschatten. De grootste industriële werkgever van Limburg biedt niet alleen werk aan 4.500 mensen in de fabriek, maar ook aan ruim 1.800 mensen bij allerlei toeleveranciers, en onrechtstreeks waarschijnlijk nog eens zoveel. En dus geldt nog altijd: wat goed is voor Ford, is goed voor Limburg.

Dat er na een jaar moeizaam onderhandelen zo veel is bereikt, is te danken aan de hardnekkigheid van de vakbonden die niet met eender wat akkoord zijn gegaan, met het engagement van de Genkse directie die echt voor Genk heeft gekozen, en aan de vastbeslotenheid van de algemeen directeur, die zelfs zijn persoonlijke carrière in de weegschaal heeft gelegd. Daarbij hadden ze wel hetzelfde doel voor ogen: het beste voor Ford Genk. Misschien kan dat inspirerend werken voor de onderhandelaars die een federale regering moeten vormen.

Het resultaat van de onderhandelingen mag gezien worden. Het akkoord is evenwichtig, duurzaam en het biedt zekerheid op lange termijn. Ford Genk, Volvo Gent en Audi Brussel bewijzen dat de auto-industrie in ons land wel degelijk een toekomst heeft.

Natuurlijk is Ford geen liefdadigheidsorganisatie. Ook van het personeel wordt een inspanning gevraagd. Dat de besparing van ruim 25 miljoen euro per jaar zich alleen vertaalt in lonen die minder snel zullen stijgen en zeker niet zullen dalen, is een huzarenstukje op zich.

Aan de poort van Ford Genk was daarover toch enig gemor te horen. Gelukkig niet al te veel. Voor sommigen is de inlevering - het is zelfs niet eens een inlevering - er te veel aan. Zij zouden beter eens denken aan hun collega’s van Opel Antwerpen, en zich dan diep schamen.

Guido Cloostermans