Samen arm

Print
Het ziet er niet goed uit voor Opel Antwerpen. Zowel de Oostenrijks-Canadese toeleverancier Magna als de financiële investeerder RHJ - de twee resterende kandidaat-overnemers van de Opelfabrieken in Europa - zouden plannen hebben om na overname de Opelfabriek in Antwerpen al in 2010 definitief te sluiten. In dat geval verliezen zo’n 2.600 mensen hun baan. Ook in de toelevering zullen er onvermijdelijk banen sneuvelen.
De Waalse geschiedenis lijkt zich te herhalen. Deze keer in Vlaanderen. Wallonië was een van de sterkste industriële regio’s in Europa. Het was daardoor ook een rijke regio. Tienduizenden Vlamingen gingen er wonen en werken. De vele Vlaamse namen in Franstalig België herinneren daaraan. Maar in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw keerde de situatie. Textielbedrijven, steenkoolmijnen en staalfabrieken sloten hun deuren. Tegelijk kende Vlaanderen een snelle industriële ontwikkeling met een sterke klemtoon op de autoconstructie.

Vlaamse werknemers werden in de loop der jaren alsmaar duurder. De hoge productiviteit compenseerde dat. Dit is niet langer het geval. Productieprocessen worden steeds meer geautomatiseerd. Een paar managers en ingenieurs volstaan om een fabriek draaiende te houden, het werk wordt gedaan door robotten, de overige werknemers zijn nog maar uitvoerders.

Dat maakt het alsmaar gemakkelijker om bedrijven te verhuizen naar landen met lage personeelskosten, lage bedrijfsbelastingen, minder stringente milieuvoorschriften, een soepele overheid. Bovendien zijn veel Vlaamse bedrijven slechts dochters van multinationals waarvan de directie geen banden heeft met ons. Ook dat vergemakkelijkt de beslissing om te verhuizen.

Vlaanderen staat voor grote industriële uitdagingen. Ons industrieel weefsel is voor een goed stuk aan vernieuwing toe. Onze beleidsverantwoordelijken weten dat. Maar ze voegen het woord niet bij de daad. Het Vlaams regeerakkoord staat als bewijs. Vanaf het ogenblik dat er opnieuw begrotingsoverschotten zijn, wordt dat geld in hoofdzaak opgemaakt aan nieuw sociaal beleid in plaats van het helemaal te investeren in onderzoek en ontwikkeling, in infrastructuur, in het stimuleren van ondernemerschap, in het aantrekken van bedrijven, in het verlagen van de fiscale druk.

Ook dit hebben ze ons in Wallonië voorgedaan. Met het gekend resultaat. Maar de Walen hadden er weinig last van, ze konden terugvallen op de sociale zekerheid en de Vlaamse solidariteit. Vlaanderen zal dat niet kunnen. Wie niet heeft, kan niet geven. Straks zijn we samen arm.