Proces Van Noppen

Proces Vanoppen

Het proces Vanoppen, zoals dat gevoerd is geworden in Antwerpen, is een proces geweest waarin de waarheid nooit aan het licht is gekomen.

Omwille van het feit dat de voorzitter van het Assisenhof vanaf de eerste dag van het proces heeft te kennen gegeven dat hij enkel Cael De Schutter in zijn 194ste versie wou geloven.

Alex Vercauteren - Antwerpen

De voorzitter heeft nooit het dossier in zijn geheel aan de jury toegelicht, niettegenstaande dit volgens zijn advocaten zijn taak was. Op de eerste dag dat hij de beklaagden ondervroeg sprak hij Carl De Schutter niet alleen met de voornaam aan maar zei: 'Ah Carl, ik dacht dat je een fantast was toen ik je verklaring las over wat zich had afgespeeld aan de Recollettenki in Gent. Ik dacht 'dat is niet mogelijk'. Het is een leugenaar, maar toen ik heb vastgesteld dat er daadwerkelijk iets gebeurd wasaan de Recollettenki heb ik moeten toegeven, Carl, dat jij de waarheid hebt gesproken.'

Dat betekent dat de voorzitter zijn mening gaf over de geloofwaardigheid van Carl De Schutter. De voorzitter deed dit niet eenmaal in die bewoordingen, doch hij gaf dat meermaals te kennen en gaf vooral ook met zijn lichaamstaal aan de jury de zekere indruk dat men best de Schutter in zijn laatste gezegdes geloofde.

Ik wist niet wat ik zag toen ik voortdurend oogcontact constateerde tussen de voorzitter, zijn griffier, de twee procureurs-generaals en mijnheer Jan De man, raadsman van De Schutter, om dan nog maar over Quirijnen te zwijgen.

En dit in schril contrast met zijn houding naar mijn advocaten toe ten aanzien van wie hij een openlijke afkeer niet kon onderdrukken.

De voorzitter insinueerde tal van zaken naar mijn advocaten toe, als dat zij leugenaars en onbetrouwbare mensen zijn, onderbrak hen in hun vragen en gaf voortdurend de indruk dat hun vragen weinig of geen belang hadden.

Dat deed de voorzitter vooral als het ging om cruciale zaken, te weten de ganse geschiedenis rond Walter Remysen.

Albert Barrez heeft mij meermaals gezegd, en nu na het verdict nogmaals met volle overtuiging, dat hij er zeker van is dat Walter Remysen de man was die op 07/02/1995 in de ondergrondse parking aanwezig was aan de Mechelsesteenweg te Antwerpen alwaar hij een dikke enveloppe met Nederlandse gulden afgaf aan Carl De Schutter.

De Schutter heeft toen aan Albert Barrez te kennen gegeven dat die gelden een voorschot waren op de aanslag en hij heeft in frankrijk na de aanslag aan Albert Barrez bevestigd dat Barrez de opdrachtgever was.

Op basis van die elementen heeft Albert Barrez de zekerheid gekregen dat de man die de gelden voor de aanslag aan Carl de Schutter had overhandigd, Walter Remysen betrof.

De Schutter heeft altijd het grootste stilzwijgen bewaard omtrent de ontmoeting in de ondergrondse parking.

Zo beweerde hij zelfs ter terechtzitting aan het hof van assisen nog steeds dat hij zich 'niet meer herinnert' wie deze persoon was, noch wat de reden was van deze aanzienlijke 'vergoeding'. Gelove wie wil..... Zelfs een kind van 10 jaar kunt ge zo'n verhaal niet verkopen!

Als dit aspect ook mar enigszins aan bod kwam op het assisenproces, werd dit onmiddellijk van de tafel geveegd door de voorzitter.

Ik vond en vind dit een absolute schande, een voorzitter onwaardig.

Ik blijf met de meeste klem mijn onschuld uitschreeuwen en zal dit altijd blijven doen.

Nu blaast mijnheer Jan De Man van de hoogste toren en waant zich een waardig advocaat, hetgeen hem zou gezegd zijn door een jurylid na de uitspraak van het Hof van assisen. Van een schande gesproken als men weet dat Mr. Jan de Man in oktober 1993 raadsman is geweest van carl De Schutter (wat blijkt uit de bezoekerskaarten van de gevangenis van carl De Schutter) nadien geraadpleegd werd door Walter Remysen, van wie ook Carl De Schutter zegde dat dit de man was van wie hij de gelden in Sint-Niklaas had gekregen om de aanslag te plegen, om nadien ook nog de raadsman te worden van carl De Schutter, en nu nog steeds de raadsman blijkt te zijn van Walter Remysen.

Van waardigheid gesproken!

Ik wens dan ook openlijk mijn verachting uit te spreken over de wijze waarop in het jaar 2002 zo een bijzonder partijdig proces kon gevoerd worden.

Vermits de waarheid nooit aan het licht is kunnen en mogen komen tijdens de behandeling voor het Hof van assisen doe ik een algemene oproep aan eenieder die iets weet over de zaak om zich te richten tot mijn advocaten.

Ik kan nog tientallen anekdoten opsommen van voorbeelden die de enorme partijdigheid zouden illustreren en zal dit nader toelichten aan zij die mij hierover verder willen aanschrijven.

In het proces is het alsmaar gegaan om de gebeurtenissen van de Recollettenki, over mijn raadsman Hans Rieder.

Vermits ik mij bij die gelegenheid nooit schuldig heb gemaakt aan wat dan ook, was ik totaal verrast dat deze gebeurtenis bijna alle dagen op het proces zou worden belicht, waardoor alsmaar het spoor van de waarheid uit de weg werd gegaan.

Ik me hierbij niet neerleggen en denk voortdurend aan de volstrekt onterechte beoordeling die ik heb gekregen.

Tenslotte vind ik het afschuwelijk dat Carl De Schutter omtrent deze schijnvertoning nog meent een boek te moeten schrijven, waardoor hij nog meer dan voordien de werkelijke opdrachtgevers wenst uit de wind te zetten.