thumbnail: null
thumbnail: null

Limburgse griffiers

Wij wensen te reageren op uw artikel (HBvL 31/05/2002) 'Limburgse Griffies scoren

Jef Lenaers, hoofdgriffier vredegerecht en Suzanne

ondermaatst'. Het betreft een commentaarstuk i.v.m. een enquête van Test-Aankoop over het onthaal van en het verstrekken van inlichtingen aan het publiek op de vredegerechten (Testaankoop nr. 455, juni-nummer 2002 - 'Luistert Vrouwe Justitia echt ?').

Deze reportage heeft veel stof doen opwaaien in onze beroepskringen. Temeer daar wij ons bewust zijn van de problematiek en dezelfde bekommernissen delen. Deze enquête alhoewel bekritiseerd in sommige geledingen van onze korpsen

heeft alvast de verdienste dat het probleem van het onthaal van het publiek terug te berde wordt gebracht.

Het onthaal ter qriffie is het visitekaartje van ons 'bedrijf' en verdient derhalve onze bijzondere aandacht en zorg. Laat dit zeer duidelijk zijn. Ter zake:

Het is inderdaad juist dat art. 297 Ger.W. bepaalt: "De leden van de hoven, rechtbanken, parketten en griffies mogen mondeling noch schriftelijk de verdediging van partijen voeren en mogen hun geen consult geven".

Terecht stelt de Minister van Justitie in zijn antwoord op de parlementaire vraag nr. 7391 van mevrouw Anne BARZIN betreffende de affaire 'Testaankoop' dat 'elke overtreding van dat artikel tot tuchtmaatregelen kan leiden'.

Bovendien wordt in art. 173 van het Gerechtelijk Wetboek dat een opsomming geeft van de kerntaken van de griffier, geen gewag gemaakt van het verstrekken van eventuele inlichtingen aan het publiek. Om deze leemte op te vullen, werden precies de justitiehuizen opgericht en gelast met het inlichten en bijstaan

van de rechtszoekenden. De griffies en de justitiehuizen hebben derhalve een verschillende wettelijke opdracht.

Toch heeft de griffier o.i. een informatieplicht, die zich evenwel beperkt tot het verstrekken van algemene inlichtingen, o.a. in verband met de te volgen procedure.

Een eenvoudig voorbeeld ter illustratie. Een man heeft echtelijke moeilijkheden en wendt zich tot de griffier van het vredegerecht. Hij verzoekt de griffier om een exemplaar van een modelverzoekschrift en deze laatste helpt hem op weg met het

invullen ervan. Een week later worden de man en zijn echtgenote

opgeroepen om te verschijnen voor de vrederechter. De vrederechter vraagt de man wie hem geholpen heeft met het verzoekschrift en

hij wijst in de richting van de griffier. Hoe moet zijn echtgenote

zich voelen? Is dit doorgestoken kaart? Er zullen alleszins

twijfels rijzen over de onafhankelijkheid van het rechtscollege,

waarvan de griffier integraal deel uitmaakt.

De griffier is namelijk, zoals verkeerdelijk gesuggereerd in betreffende enquête, niet de secretaris van de vrederechter. De griffier vervult een autonoom ambt binnen de rechterlijke orde, onder het toezicht van de rechter, wanneer hij/zij bijstand verleent aan de rechter, en onder het toezicht van de procureur des Konings bij elk ander optreden. De griffier is m.a.w. de onafhankelijke getuige van het procesverloop, en als dusdanig de neutrale notaris van het proces. In die functie is de griffier een waarborg voor (en in) de democratische rechtsorde.

Elke summiere of vermeende hulp of bijstand door een griffier aan één van de partijen kan inderdaad al gauw worden uitgelegd door de tegenpartij als een daadwerkelijke inbreuk op de neutraliteit door een lid van het rechtscollege.

De probleemstelling is dus duidelijk: wat zijn inlichtingen en wat is consult? Die lijn is niet altijd gemakkelijk te trekken. Terecht stellen de meeste griffiers zich derhalve behoedzaam en gereserveerd op. Het blijft voor de griffier dus altijd dansen op een slappe koord, met het zwaard van Damocles hangend boven zijn/haar hoofd (en niet te vergeten de tuchtrechterlijke gevolgen ingeval van niet-eerbiediging van art. 297 Ger.w.).

Ook de overheid onderkent het probleem: niet zolang geleden werd in de rechtbanken van eerste aanleg de onthaalfunctie geïnstalleerd. Maar de vredegerechten bleven hiervan totnogtoe verstoken. Waarschijnlijk ging men er van uit dat de vredegerechten zeer dicht bij de burger staan en er zich

op dit vlak weinig of geen problemen stelden. Ten onrechte, zoals

zou blijken uit de resultaten van het onderzoek door Test

Aankoop.

Inmiddels is het wel zo dat op de (vrede)gerechten en/of in de justitiehuizen in het kader van de eerstelijnshulp een vaste zitdag wordt georganiseerd door de advocaten. Dit consult is gratis. Bovendien zou men er wellicht goed aan doen om de justitiehuizen te activeren, in die zin dat een justitie

assistent, als informatie-ambtenaar bij uitstek ten behoeve van

het publiek, op vaste data en uren ter beschikking zou zijn in elk vredegerecht.

Dit is een veel gezondere situatie en zou alleszins voorkomen dat er twijfel wordt gezaaid over de onpartijdigheid van de griffier of zelfs van de rechtbank, hetgeen onder alle omstandigheden moet worden voorkomen.

Conclusies:

1. De enquête vergist zich: de vraagstelling gaat meer in de

richting van advies. Ze is inderdaad dermate uitgebreid dat advies

niet kan worden ontweken.Het zijn specifieke vragen voor

justitiehuizen en niet voor de griffies van de vredegerechten.

2.Indien de wetgever het standpunt, dat door de enquete wordt

vertolkt, genegen is en van de griffies verwacht dat zij het

publiek ook uitgebreid informeren, dan is het de wetgever die

deze keuze moet maken, met als consequentie dat bijkomend

personeel, dat hiervoor speciaal werd opgeleid, ter beschikking

moet worden gesteld.

Jef LENAERS,

Hoofdgriffier Vredegerecht Maasmechelen,

voorzitter van de Koninklijke Federatie van Hoofdgriffiers van de Vredegerechten en de Politierechtbanken van het Rijk.

Suzanne MAERTENS

Vrederechter Leuven 3, Voorzitter van het Koninklijk Verbond van

Vrede- en politierechters van België.