Kinderen en kanker

Al van bij de inplanting van de eerste zogenaamde 'citéwoningen' rond de zwaarst vervuilende bedrijven in onze regio werd rekening gehouden met de windrichting waardoor de arbeider meestal het grootste deel van de vieze fabrieksrook kreeg te incasseren.

Rob Berkmans - Achel

Hun huisjes stonden namelijk meestal windafwaarts op de Noord-Oost as. De villa's van de ingenieurs en de direkteurs daarentegen lagen meestal veilig achter het bedrijf of alleszins uit de wind. Hetgeen er op wijst dat men heel goed wist dat het konstant inademen van fabrieksrook alles behalve gezond was. Maar wie maalde er toen om milieufaktoren? Een arbeider was immers een goedkoop wegwerpprodukt en bovendien was er de taalbarrière die klachten dikwijls bij voorbaat zinloos maakten. Nu er sinds de jaren zestig eindelijk werk is gemaakt van een milieuwetgeving en de arbeider een gewaarborgd inkomen heeft stellen we vast dat bedrijven aan de lopende band uitwijken naar lage loonlanden of het vroegere oostblok waar naar hartelust kan gestoeid worden met zware metalen, broeikasgassen en dioxines. En wat krijgen we ? Smog, torenhoge ozonconcentraties, hittegolven en kwakkelwinters. Maar we kunnen inmiddels wel schone lucht kopen! Een staaltje van struisvogelpolitiek waar onze kinderen met leukemie alvast geen boodschap aan hebben. Maar in plaats van ons daarover te buigen krakelen we weer volop over nachtlawaai boven de hoofdstad en is de milieuproblematiek in Noord-Limburg al lang naar de diepvries verhuisd