Methodescholen

Beste lezer,

Bart Dancet, Net.MET.GE - Brussel

De methodescholen van het Gemeenschapsonderwijs hebben de handen in elkaar geslagen en organiseren deze week samen met ROGO vzw ( Raad voor Ouders van het GemeenschapsOnderwijs ) de 'Week van de Methodescholen'. Dit is een initiatief van het Gemeenschapsonderwijs met als doel het grote publiek te laten kennis maken met de 'andere' scholen van het Gemeenschapsonderwijs (zie www.andereschool.be). Toch dienen bepaalde journalisten in een andere vijver te vissen om die week in de kijker te zetten en maken 'andere' scholen uit andere netten gretig gebruik van de gratis reclame om met de pluimen te gaan lopen.

Freinetscholen, leefscholen, jenaplanscholen ... de namen zijn misschien wel bekend, maar de vraag wat die scholen bindt, blijft een raadsel. Dit blijkt eens te meer uit de persberichten die n.a.v. de Week van de Methodescholen van het Gemeenschapsonderwijs werden gepubliceerd in onze Vlaamse kranten. Heel wat journalisten blijken immers het verschil niet te kennen tussen een freinetschool en een steinerschool! Wat beide scholen bindt, is dat ze alternatieven zijn voor de traditionele school, maar daar houdt elke gelijkenis op!

Steinerscholen werken eigenlijk even 'vervreemdend' als traditionele scholen. Leerlingen zitten er ook in leerstofjaarklassen (al zijn er soms noodgedwongen graadsklassen). Het leerprogramma ligt er vast en wordt net als in traditionele scholen in afzonderlijke vakken gegeven, met een vast uurrooster. De leerkrachten bepalen er de doelstellingen en de methode. Hiervoor gebruiken zij vaste leerboeken, al of niet zelf ontwikkeld. In de steinerscholen sluit die leerstof aan bij de algemene ontwikkelingsfasen van kinderen. De nadruk ligt er op de individualiteit van elke mens, wat ook in de traditionele scholen voorop staat.

Het startpunt van freinetscholen, leefscholen, jenaplanscholen - die we hier gemakshalve methodescholen noemen - is het kind zelf. Kinderen leren in die scholen hun eigen leven in handen nemen, ze bepalen zelf wat ze goed en prioritair vinden. Op deze scholen is overleg en communicatie een belangrijk deel van het leerproces. De kinderen leren op die manier functioneren in een democratische en sociale maatschappij. Een methodeschool staat voortdurend in de veranderende maatschappij en leert kinderen met een kritische blik in de wereld te staan. Zulke scholen kiezen daarom bewust voor graadsklassen of leefgroepen, al zijn er ook scholen met hier en daar een leerstofjaarklas. Er wordt gestreefd om de leerboeken los te laten en zoveel als mogelijk vanuit de ervaringen en vragen van de kinderen te vertrekken. Hierdoor ontstaat een open pedagogisch project. De leerlingengroep bepaalt samen met de leerkracht de doelstellingen en de methode. Hierdoor krijgen kinderen inspraak in datgene wat ze leren en dat bezorgt ze een sterke intrinsieke motivatie tegenover leren en werken. In een methodeschool staat de groepsdynamiek voorop en het samen leren waarbij elk kind voldoende kansen krijgt om communicatief, creatief, expressief, kritisch en reflectief te worden.

Doordat methodescholen, net zoals de traditionele scholen, op het einde van de lagere school de eindtermen moeten bereiken en hiervoor ook door een inspectieteam worden doorgelicht, zorgt het leerkrachtenteam ervoor dat hun leerlingen na de lagere school om het even welk type secundair onderwijs kunnen beginnen.

Het Gemeenschapsonderwijs is momenteel marktleider inzake methodescholen en heeft in de laatste 15 jaar veel expertise op dit domein opgebouwd. In het basisonderwijs zijn er in het Gemeenschapsonderwijs momenteel 50, waaronder 26 leefscholen, 23 freinetscholen en een jenaplanschool. In het secundair onderwijs zijn er 15 scholen met methodeklassen. Dit dekt bijna het volledige aanbod aan methodeonderwijs in Vlaanderen. Het methodeonderwijs zit echt in de lift. Dit blijkt niet alleen uit het geleidelijk stijgend aantal scholen maar ook uit het groot aantal inschrijvingen dat nieuwe scholen in een mum van tijd binnenkrijgen. Om tegemoet te komen aan die stijgende vraag proberen we waar mogelijk nieuwe scholen op te starten.

Sommige vrije, niet-confessionele scholen die ook opteren methodeonderwijs aan te bieden denken dat een georganiseerd participatief / coöperatief schoolbeheer realiseren niet mogelijk is in het Gemeenschapsonderwijs. Zij verkiezen daarom onafhankelijk te blijven. Dit is hun recht. Toch dient er aan de echtheid van onze methodescholen niet getwijfeld te worden. Daartoe draagt het Gemeenschapsonderwijs participatie hoog in haar vaandel. Ook ouderparticipatie. De meeste van onze methodescholen opteren voor of werken aan een doorgedreven ouderparticipatie. Een echt engagement van ouders ontstaat ook bij ons alleen wanneer ze ook deelnemen aan de besluitvorming.

Aan het Gemeenschapsonderwijs is tevens een Raad voor Ouders van het Gemeenschapsonderwijs verbonden. Zij komen op voor de belangen van de ouders en de ouderraden. Concreet betekent dit dat zij deelnemen aan het structureel overleg met de minister van Onderwijs, aan commissies en werkgroepen van het Gemeenschapsonderwijs, aan de werkzaamheden van de VLOR (Vlaamse Onderwijsraad) en aan het overleg met de andere Vlaamse ouderkoepels en de onderwijsvakbonden. Deze oudervereniging beschouwen de methodescholen als een partner.

Samen staan we sterk. Methodescholen hoeven geen concurrenten van elkaar te zijn of te worden. Wij willen opteren om elkaar te versterken door kruisbestuiving en om gezamenlijk onze belangen als methodescholen te bundelen. Op deze manier kunnen we een sterkere geheel worden in het Vlaamse onderwijslandschap. Daarom wil het NETtwerk voor METhodescholen van het GemeenschapsOnderwijs het voortstel steunen dat Urbain Lavigne, afgevaardigd bestuurder van het Gemeenschapsonderwijs, heeft gelanceerd op de startdag van 12 maart 2006 in Antwerpen: het vormen van netoverschrijdende scholengemeenschappen van methodescholen.

Namens NET.MET.GO.

NETwerk voor METhodescholen van het GemeenschapsOnderwijs

Bart Dancet