VDAB-medewerkers promoten IBO bij kmo's en kleine zelfstandigen

De 4.821 medewerkers van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling in Vlaanderen en Brussel trekken donderdag de baan op om kmo's en kleine zelfstandigen te bezoeken. Deze worden ook telefonisch gecontacteerd en via de website is er ook mogelijkheid tot chatten.

belga.be

Omdat kleinere werkgevers in de praktijk onvoldoende de weg vinden naar de VDAB wil de dienst hiermee een signaal geven hen ook te kunnen helpen bij het HR-management.

De VDAB zet tijdens deze contacten vooral de Individuele Beroepsopleiding (IBO) in de kijker. Het is een opleidingsmaatregel die de aanwerving van minder ervaren werkzoekenden extra aantrekkelijk maakt. Gedurende 1 tot 6 maanden leidt de werkgever de betrokkene op. In die periode betaalt hij de betrokkene enkel een productiviteitspremie, die overeenkomt met 1/3e van het normale loon in die functie. RVA en VDAB passen financieel bij tot een vergoeding die het normale loon benadert. De afgelopen vijf jaren werden telkens om en bij de 12.000 IBO's opgestart. In 2013 steeg dit aantal licht tot 12.433. "De regeling werd vorig jaar versoepeld. Waar voorheen de werknemer na afloop van de opleiding een contract van onbepaalde duur moest worden aangeboden, mag dat nu ook een contract van bepaalde duur zijn als het in die sector gebruikelijk is om met dergelijke contracten te werken", aldus VDAB-woordvoerster Bartelijne van den Boogert. Uit onderzoek blijkt dat ruim 80 procent van de IBO-cursisten 6 maanden na de opleiding nog steeds aan het werk is. VDAB-topman Fons Leroy bezocht in de loop van de dag eerst het bedrijf Mentorprise in Mechelen en vervolgens het webdesignbureau Statik in Leuven. Deze namiddag doet hij samen met Karel Van Eetvelt van UNIZO Garage Houttequiet in Temse. Van Eetvelt is eveneens gewonnen voor de IBO-regeling en wil deze promoten bij kmo's. "De IBO is een win-win. Werknemers krijgen werk en werkgevers krijgen iemand met ervaring in het vak", aldus Van Eetvelt. Acht op de tien IBO's worden nu al afgesloten in bedrijven met minder dan vijftig werknemers en vier op de tien in bedrijven met minder dan vijf werknemers.