Engelen

Op bezoek bij een nicht zag ik aan een lint op de muur postkaarten met engelen. Ik zei haar dat. Ze antwoordde: ‘Ik hou van engelen en vooral engelen van bomen’. Uit vrees haar te kwetsen met vragen hierover zocht ik een ander gespreksonderwerp. Later vond ik in een boekhandel een rek vol boeken over engelen.

Ann

Ik kreeg vragen. Horen engelen nog thuis in onze wereld? Hoe kan dat? Ik zocht een zinnig antwoord. Ik kwam tot de vaststelling dat wanneer ik het moeilijk heb en aanvoel dat niemand mij kan helpen, ik diep in mijzelf een houvast zoek. Soms krijg ik een opheldering of een soort bemoediging. Ik kwam dan tot de vaststelling dat ik die opheldering niet uit mezelf gevonden had, maar dat ze mij gegeven werd. Daardoor wordt die voor mij belangrijk. Dan krijgen de engelen uit de Bijbel een betekenis voor mij. Zij geven gestalte aan de antwoorden, die ik diep in mij hoor. Zo hoorde Maria van een engel dat ze moeder zou worden van Jezus. Een vrouw zei me eens dat, als ze het moeilijk heeft, ze naar haar rechterschouder luistert.