Welke vreugde?

Print

Hij had vrijkaarten gekregen om naar de uitvoering van ‘De Schepping’ van J. Haydn te gaan. Hij dacht vrienden op te bellen om er samen naartoe te gaan. Plots kwam in hem de uitspraak van Jezus op: “Wanneer je een feestmaal geeft, roep dan niet uw vrienden bij elkaar.

.. Nodig armen uit en gebrekkigen. Zij kunnen niets tegenover stellen.” Het wrong hem dat die uitspraak nu juist in hem opkwam. Hij kende enkele gehandicapten, die graag op die uitnodiging zouden ingaan. Maar wanneer hij die zou uitnodigen zou de gezelligheid minder spontaan zijn. Hij dacht de uitnodiging te verdelen: twee gehandicapten en een bevriend paar. Maar hoe zou dat samengaan: kennismaken, gemaakt vriendelijk doen? Dat zat niet goed. Toch voelde hij een diepe aandrang om die gehandicapten uit te nodigen. De vrienden wilden op het voorstel ingaan. Zo gebeurde het. Aan de schouwburg werd gevraagd of er toegang was voor rolstoelen. Die was er. De vreugde was van een andere aard: geen pretlichtjes in de ogen, maar een diep gevoel van er zijn voor elkaar.