DOLLE DINSDAG, BLOEDIGE KIEWIT (5 september 1944)

Wie vandaag het oud kerkhof van Herk- de- Stad betreedt, kijkt onwillekeurig naar links bij de ingang. Keurig in het gelid zijn daar de sobere, identieke graftomben. Dit moet het ere- perk zijn dat is voorbehouden voor de militaire oorlogsslachtoffers van de beide wereldoorlogen, 1914 - 1918 en 1939 / 1940 - 1945. En daar liggen zij, de Kiewit- gesneuvelden van 5 september 1944, Raymond VANWING, Marcel VANERUM en de gebroeders POLLARIS, Florent en Ludo. De oudste, Raymond was bijna 29, de jongste, Marcel nog geen 22. Op het ogenblik van hun overlijden waren allen lid van de 'secteur' Hasselt- Herk- de- Stad van het toenmalige Limburgse 'geheime leger'. Op 15 oktober 1944 werden alle verzetsformaties ontwapend en gedemobiliseerd op bevel van vijf- sterren- generaal Dwight D. EISENHOWER, opperbevelhebber van alle geallieerde strijdkrachten in West- Europa (SHAEF).

Willy Alenus - Oostende

Dichtbij de plaats waar zij vielen, in de 'Kiewitstraat' op de Kiewit te Hasselt, zo getuigen unaniem hun resp. overlijdensakten, staan twee eenvoudige monumenten. In de dreef, tevens oprit naar het voormalige kasteel 'Vroenen', staat een simpel houten kruis ; dichter bij Hasselt, op de Kempische steenweg, een sober monument in metselwerk. Dit memoriaal vermeldt negen slachtoffers, waarvan vijf gestorven op 5 september 1944 (de vijfde is de Hasselaar, Louis STRIJKERS) ; op 6 september, Georges MORREN (te Lummen), op 7 september stierven Louis BEERTEN (te Houthalen) en Antoine JANS (in de Kiewitstraat) en op een niet nader gespecificeerde dag in september 1944, Theodorus PEETERS (te As).

De belangstellende en eerbiedige bezoeker aan het Herkse kerkhof en aan het Kiewit- monument heeft nu begrepen dat men de namen van alle negen september- 1944- gesneuvelden van het geheime leger van Hasselt- Herk- de- Stad heeft samengebracht op één memoriaal ; het was niet doenbaar een aparte gedenksteen in te huldigen in Houthalen (voor Louis BEERTEN), in Lummen (voor Georges MORREN) en een voor Theo PEETERS te As.

Het probleem, - gesteld dat er een probleem zou zijn, - zit echter bij de overlevenden zélf. Telken jare, in september, wordt er via de media herinnerd aan het offer van de negen. Een bewonderenswaardige traditie. En wat krijgen wij te horen ? -"Op 10 september (2005) wordt aan het monument te Kiewit voor de 61 ste keer hulde gebracht aan 9 Limburgse mannen die daar in '44 door de Duitsers werden gefusilleerd omdat ze behoorden tot het geheime leger." Dat laatste werd door Willy ALENUS teruggevonden in de Duitse oorlogsdagboeken en is dus zeker waar. Maar dan komt het onvermijdelijke, omdat het nu eenmaal de liefhebbers van horror bevredigt, - 'Een Kiewitenaar heeft vanop een afstand gezien hoe ze hun eigen graf hebben moeten delven en dan neergeschoten zijn.'

De belangstellende en eerbiedige bezoeker wil natuurlijk weten wat er nu precies is gebeurd op 5 september en vervolgens van 6 tot 8 september 1944, - op de Kiewit, in Houthalen, Lummen en As ? Theoretisch kan zijn weetgierigheid zonder meer worden bevredigd. Om te beginnen zijn meerdere eerstaanwezende leden van het voormalige Limburgse geheime leger, sector Hasselt - Herk- de- Stad nog in leven. Vervolgens hebben twee gekende historici van het voormalige geheime leger, de ene een monografie gewijd aan het Limburgse geheime leger (Thierry VUYLSTEKE) ; de andere, een waarachtige encyclopedie die met bijna overdreven bescheidenheid wordt betiteld als, -'Bijdrage tot de geschiedenis van het geheim leger' (ere- kolonel Victor MARQUET).

"ZET IN EEN KOOI . . ."

Op 3 september 1944 om middernacht, dus op 4 september te 00.00 uur, schrijft Tony LAMBRECHTS (handgeschreven) naar zijn sector- oversten, -'Dezen avond om 19u15 is het bevel gegeven aan al de sekteurs van Limburg om hunne refuge aanstonds te vervoegen.' (. . . 'zich onmiddellijk naar hun schuilplaats te begeven').

Dit mobilisatiebevel van Kolonel Ivan GERARD werd stante pede onderschept door de 'Funkabwehr' van de 'Abwehr' en in Duitse vertaling doorgespeeld naar het HQ in Chaudfontaine van Veldmaarschalk Walter MODEL, opperbevelhebber van legergroep "B", waarvan alle Duitse legers in België en Nederland deel uitmaakten, -

-'3 september 1944 om 2100 uur (dus 1 uur 3/ 4 na Londen en drie uur sneller dan Tony LAMBRECHTS), noteert Bilthoven (HQ LXXXVIII A. K.), -'Für die Nacht vom 3./4. 9. 44 ist für die Niederlande das Stichwort ('Veuillez mettre en cage . .') zur Auslösung von Sabotageakten gegeben worden. Kommandeure treffen Sicherungs Massnahmen nach eigenem ermessen' (oorlogsdagboek LXXXVIIIste legerkorps, 409).

Zodoende traden in werking de tegenmaatregelen die het HQ van MODEL in Chaudfontaine had geconcipieerd op 1 september 1944, om 1820 uur, zodra het eerste mobilisatiebevel van Ivan GERARD van 31 augustus 1944, om 1915 uur was opgevangen, ontcijferd, vertaald en doorgespeeld naar de bevelhebbers aan het front. Het exemplaar in ons bezit is gedateerd 4 september 1944 en gericht aan Generaal Friedrich CHRISTIANSEN, Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden.

-'De sterk aangroeiende eenheden van de op militaire leest georganiseerde benden, zijn een ernstig gevaar geworden voor de achterhoedeverbindingen van de strijdende troepen. (. . .) Verzetseenheden achter het front moeten door de troepen zélf, met alle middelen en uiterste brutaliteit worden neergeslagen' (KTB 88. A. K.).

4 September 1944. - 'Walküre'- oproep van Adolf HITLER, -"onmiddellijk alle beschikbare manschappen verzamelen om bij het Albertkanaal een nieuw verdedigingsfront op te bouwen, dat hardnekkig moet verdedigd worden" (OKW/ WFSt Nr. 77322/44 g.K.Ch.). Zodoende liep het 'HERBSTSTURM'- tegenoffensief in de Limburgse Kempen, tussen de twee grote kanalen, uitgerekend op 5 september 1944 van stapel. De allereerste gemobiliseerde verzetslieden liepen op de Kiewit regelrecht in de armen van de 'Waffen-SS'- ers die de rijksweg 15 tussen de Kempische brug (Hasselt) en het centrum van Houthalen controleerden. Na de daaropvolgende eerste terechtstellingen en het constateren dat men te doen had, niet alleen met een overmacht, met reguliere troepen, maar bovendien met een tegenaanval, in plaats van met wegtrekkende Duitsers, had het hoofdkwartier Lummen van het Limburgse geheime leger de hele, reeds mislukte operatie moeten afblazen.

Op 5 september 1944 berichtte de BBC dat het opperbevel van de geallieerde legers besloten had alle droppen van wapens voor het semi- militaire verzet op Belgisch grondgebied te staken. Men was te dicht genaderd bij het front, de 'Hauptkampflinie', - Westerschelde- Schelde- Albertkanaal, - of dat dacht men tenminste. In werkelijkheid zou het nieuwe front standhouden tot 17 september (begin offensief 'Market' 'Garden') en op sommige plaatsen, tussen Kempen en Maas, tot einde september 1944.

Dientengevolge blijft het niet- terugfluiten van het mobilisatiebevel een bloedig vraagteken. Niet alleen volgde het HQ Lummen van het geheim leger Limburg stipt de bevelen op van Ivan GERARD, zo zeggen de chroniqueurs van het geheime leger (en zonder zich ooit vragen te hebben gesteld m. b. t. de legaliteit van het bevelhebberschap van de 'Chef désigné . . .' en van diens bevelen), maar bovendien ging het Limburgse commando en het Limburgse commando alléén over tot de (niet bevolen) guerrilla. Dus zonder wapens, in uitvoering van door de vijand onderschepte (en hoogst waarschijnlijk illegale) bevelen en tegen afgekondigde en volop aan de gang zijnde verweer- en weerwraakmaatregelen in, - d. i. de 'MODEL'- 'Bandenbekämpfung'.

KIEWIT (5 september 1944).

De allereerste gemobiliseerde (Limburgse) verzetslieden liepen op de Kiewit regelrecht in de armen van de Wafen-SS- ers die de rijksweg 15 tussen de Kempische brug (Hasselt) en het centrum van Houthalen controleerden. "Ongelukkig genoeg werden 4 van onze makkers gesnapt ter hoogte van de splitsing Zonhoven- Beringen. Ze werden aanstonds neergekogeld." (HBvL, 8 oktober 1944). In werkelijkheid hadden deze executies plaats, behoudens vergissing van onzentwege, aan de ingang van de Kiewitstraat. Het betreft hier de volgende vier Herkenaren, -

1) POLLARIS, Ludo, *Herk, 10 april 1918 +Kiewit, 5 september 1944

2) VANERUM, Marcel, *Herk, 11 oktober 1922 +Kiewit, 5 september 1944

3) VANWING, Raymond, *Herk, 12 september 1915 +Kiewit, 5 september 1944

4) POLLARIS, Florent, *Herk, 27 juni 1920 +Kiewit, 5 september 1944

Het bloedbad zou hebben plaatsgehad ter plekke waar vandaag nog steeds een eenvoudig houten kruis staat en wel op 5 september 1944, te achttien uur. De vier overlijdensakten, van nummer (406) tot (409) zijn eensluidend opgesteld. Voor de vijand was deze bloedige gebeurtenis niet meer dan een fait divers. Toch werd het met Duitse 'Gründlichkeit' en militair laconisme opgetekend, - '4 Belgier wegen Besitz von Freischärler Uniform und Waffen erschossen.'

5) STRIJKERS, Louis werd geboren in Hasselt, op 21 maart 1911 en overleed in de buurt van de Kempische steenweg, op (8) september 1944, naar luid van de overlijdensakte van 14 september 1944, opgesteld door schepen Sylvain VREVEN, gedelegeerd ambtenaar van de burgerlijke stand te Hasselt. Maar, volgens het Kiewit- monument, opgericht door het Hasseltse geheime leger, stierf Louis STRIJKERS op 6 september 1944. Dit zal wel de juiste datum zijn, vermits de dodelijke ontmoeting van Louis STRIJKERS met de vijand plaatshad op 5 september, terwijl hij waarschijnlijk 24 uren later is overleden. -'Mittagmeldung, 6 september 1944, opgetekend door het 'General Kommando' van het LXXXVIIIste Legerkorps in Bilthoven (Nederland), waaraan alle Duitse eenheden in september 1944 in onze provincie waren ondergeschikt, -'5.9. 1944 - 1 Terrorist erschossen'. - Bondiger, preciezer en zieliger kan het niet.

Laat ons even stilstaan bij het feit dat vijf van de negen gefusilleerden, wier namen op het Kiewit- monument staan gebeiteld, thans voldoende zijn geïdentificeerd. Resten ons nog de vier overblijvenden, BEERTEN, JANS, MORREN en PEETERS, plus misschien diegenen die vergeten werden, aangezien de historici van het Belgische geheime leger ELF slachtoffers vermelden.

HOUTHALEN (7 september 1944)

6) -"Op 7 september 1944 was de streek van Beringen, Heusden- Zolder, Houthalen- Helchteren en Hechtel in de handen van zes bataljons (drie regimenten) Duitse parachutisten. Aan de mijn van Houthalen kwam het tot een incident met weerstanders en één kompel (Louis BEERTEN) werd gedood. Een mijningenieur (Ir. Louis LYCOPS) werd neergeschoten, maar overleefde het treffen. Ik probeer een verklaring te vinden voor de meer dan 300 Limburgse september 1944- doden. Twee rapporten van het Limburgse geheime leger, het ene van 9, het andere van 19 september 1944 zeggen kordaat, - "Wij hebben de mijn van Houthalen (en ook de andere mijnen) beschermd" ! Bovendien wordt er elk jaar in september een plechtigheid gehouden aan het Kiewit- monument waarop ook de naam van de Heusdense kompel (Louis BEERTEN) voorkomt. Onze aan de dood ontsnapte mijndirecteur (Ir. Louis LYCOPS) heeft deze plechtigheid nooit bijgewoond. Vraag is, "Zou de Heusdense mijnwerker wel zijn komen opdagen indien ook hij het had overleefd ?" (ALENUS, Willy, HBvL, 01 april 1999). Voor al wat nuttig is, vermelden wij dat Louis BBERTEN op 27 april 1911 in Kerkrade (Nederland) werd geboren.

Maar wat vertellen ons de Duitse oorlogsdagboeken, die van het 21ste parachutisten-regiment (lt.- kolonel Rolf LÖYTVED- HARDEGG), dat de streek van Beringen, Heusden, Zolder en Houthalen in een stalen greep had, ondanks het aan en af trekken van de Britse garde- regimenten (die evenwel de weg volgden van Heusden - Voort - Helchteren, dus ten noorden van de stellingen van de Duitsers).

In zijn verslag van zondag, 10 september 1944, bijgevolg geschreven korte tijd vooraleer de twee bataljons van zijn 21-ste regiment zich zouden terug trekken, richting Maas, - het Iste bataljon over Meeuwen, Gruitrode, Neerglabbeek en Neeroeteren, - het IIde over Hoevezavel (Zwartberg), Opglabbeek, Louwel, Dorne, Opoeteren en Neeroeteren, - schrijft kolonel LÖYTVED- HARDEGG dat hij via een van zijn officieren verbinding heeft gekregen met het eerste bataljon 'Landstorm Nederland' (SS- Sturmbannführer Max GEBHARDT), bij Hasselt ('Mit I./Btl./ Landstorm Nederland bei Hasselt Verbindung durch Offizier aufgenommen.'

Zijn verslag luidt als volgt, - 'Das I./ Btl. (Hptm. Heinrich HOFFMANN) Rgt. Löytved- Hardegg, hat in Helchteren 20 Arbeitsmänner aus Terroristenhanden befreit' (oorlogsdagboek LXXXVIIIste legerkorps - 10.9.'44 - 10:50 Uhr).

Maar 'Helchteren' dat al drie dagen in de greep lag van zijn collega, majoor Friedrich HÜBNER, bevelhebber van het 24 ste parachutisten- regiment en waar het I ste bataljon (Hptm. Hans- Hermann LIPP) op het punt stond in de pan te worden gehakt door de 'Welsh Guards' (lt.- kolonel J. C. WINDSOR LEWIS), - komt niet in aanmerking voor het gebeuren van 7 september 1944, waarop hierboven wordt gezinspeeld en dat inderdaad 'Houthalen' en de 'mijn van Houthalen' als decor heeft gehad. Helchteren en de gehuchten Sonnis en Laak (Majoor Ulrich MATTHAEAS) hadden evenwel, maar dan wel op 8 september 1944, hun deel van de Duitse weerwraak gekregen, weerwraak ingevolge het geïmproviseerde optreden van geïsoleerde AS/ BNB- ers (zie verder).

In het interview dat ere- burgemeester van Houthalen- Helchteren, Lode FRANSSENS, brigadegeneraal b. d. Rolf LÖYTVED- HARDEGG heeft afgenomen, op 13 maart 1985, verwijst hij niet rechtstreeks naar het optreden van zijn mannen, op 7 september 1944, om de geïmproviseerde actie van een groepje verzetslieden rond de mijn van Houthalen te breken (waarbij LYCOPS en BEERTEN werden neergeschoten). Wel komen wij te weten dat er ingevolge de gebeurtenissen van 7 september (dus drie dagen eerder), gijzelaars waren 'eingesperrt' geworden die kort voor het vertrek van de parachutisten, richting Maas, alsnog werden vrijgelaten, -'Een estafette van mijn Iste bataljon valt binnen met de boodschap dat men de gijzelaars ongedeerd, oostwaarts de heide in, heeft laten vertrekken. (. . .) In het dorp (Houthalen) werd er geen enkel verdacht schot meer gelost en nergens bij de burgers heeft men wapens gevonden. Anders . . . dan werden onverbiddelijk de regels toegepast. Voor elke gedode Duitse soldaat moeten één tot tien burgers, als afschrikwekkend voorbeeld, het met hun leven bekopen. Ze worden willekeurig gekozen, maar het zijn altijd mannen.' (FRANSSENS, Lode, -'Op de heuvel stonden twee soldaten', Uitgeverij EISMA, B. V. Leuwarden / Maastricht, 1990, p. 136).

Maar om de bloedige 7 september 1944 in Houthalen af te ronden en vervolgens te besluiten, laat ons nog even de volgende kanttekeningen in overweging nemen,-

7) JANS Antoine, Stephaan, wiens naam eveneens op het Kiewit- monument voorkomt, werd geboren te Hasselt, op 22 januari 1925 (ongehuwd) ; hij was in Heusden gedomicilieerd en tewerkgesteld in de mijn van Zolder (Helzold) ; hij stierf eveneens in de Kiewitstraat en wel op 7 september 1944 ; omtrent de omstandigheden rond zijn executie is ons niets bekend.

Op 7 september 1944 sneuvelden onder de soldaten van kolonel LÖYTVED- HARDEGG, door treffen met francs-tireurs, - (1) in Heusden, Obergefreiter Wilhelm ABEL (*Lohnen, 23 december 1923) ; (2) in Zolder, Herbert BOTTCHER (*Gera, 10 april 1907) ; de gesneuvelde estafette, wiens neerschieten het platbranden van Heusden en Zolder tot gevolg had kunnen hebben, was Wilhelm ABEL.

Wat brigadegeneraal LÖYTVED- HARDEGG niet vermeldt, dat is dat op 11 september 1944, te Opglabbeek, schoten uit partizanengeweren die niemand hebben geraakt, toch hebben geleid tot de executie van TIEN mannelijke gijzelaars, plus drie vrouwen. Kommandeur LÖYTVED- HARDEGG was niet aanwezig. Zegt hij.

ZONHOVEN (6 september 1944)

-"We werden dan nog eens herenigd te Zonhoven, waar we nog slag leverden tegen den vijand. Wegens gebrek aan wapens (sic) moesten we vluchten. Velen gingen om langs Beringen. Anderen poogden over het kanaal te zwemmen, doch er werd op hen geschoten. Nog anderen werden door schippers overgezet. Zo verliep onze expeditie" (HBvL, 8 oktober 1944).

-"We werden dan nog eens verenigd te Zonhoven. . .', - Ook het verslag voor 6 september 1944 van het I ste bataljon o. b. v. SS- Sturmbannführer (majoor) Max GEHBARDT, gericht aan zijn regiment 'Landstorm Nederland', onder bevel van SS- Standartenführer (kolonel) Martin KOHLROSER, hebben wij teruggevonden, - 'Um 16:45 Uhr - 'Führerbesprechung' (compagniecommandanten- bespreking). - Ausgeben der Lage (de stellingensituatie bespreken), alsmede de inzet van de 2 de compagnie tegen partizanen, die opgemerkt werden in de nabijheid van 'Vogelsang', ten westen van Zonhoven. Der 2. Komp. wurden 1.s.i.G.-Zug (een stafpeloton) mit 1 M.G.W.Gr (één M. G. Werfer Granate) der 4. Komp. Unterstellt.'

-"Velen gingen om langs Beringen . . .", - De brug over het Albertkanaal te Beringen was in handen van de ''Welsh Guards' en dit sedert 6 september 1944, te 1730 uur, - Ziehier hoe de oorlogvoerende partijen hierop reageerden, - 1) oorlogsdagboek van het I ste bataljon van lt. - kolonel J. F. GRESHAM en oorlogsdagboek van het 2 de bataljon van lt.- kolonel J. C. WINDSOR LEWIS, - 'Het I ste bataljon 'Welsh Guards' was erin geslaagd een compagnie over het kanaal te ztten in Beringen ('Prince of Wales'). Maar de rest van de gevechtsformatie, d. w. z. de twee bataljons samen, het eerste bestaande uit 'foot guards' en het tweede uit pantsers, moest wachten tot 06:00 uur, 7 september, om over het kanaal te trekken via een BAILEY- brug, nieuwgebouwd door de Britse genisten, rustend op pontons (aken van onze schippers) ; 2) Oorlogsdagboek van het LXXXVIII ste legerkorps met hoofdkwartier in Nederland, - '18:55 uur - 1 ste luitenant SCHUSTER, Ia van de LXXXV ste Infanteriedivisie van lt.- generaal Kurt CHILL te Kwaadmechelen meldt, - 'Vijand om 14:00 uur met tanks over het Albertkanaal bij Beringen ; het bataljon dat zich daar bevond, het II de bataljon van majoor BIRNHEIDE van het 723 ste Infanterieregiment van kolonel VEHRENKAMP heeft zich teruggetrokken, - richting Beverlo en Leopoldsburg.'

Lummen (6 september 1944)

8) MORREN, Georges, Louis (*Donk (Herk- de- Stad), op 11 september 1919). Ziehier het relaas (BONNEUX, Jean- Pierre, -'De bevrijding van Lummen', Geschied- en Heemkundige Kring van Groot- Lummen, 1990, pp. 18 & 19). -"In de voormiddag van de 6 de september bracht deze kloosterling (van het Sint- Ferdinandus Instituut te Laren) de verzetslieden, te Thiewinkel, op de hoogte van de concentratie aftrekkende Duitsers op de wijk Lindekensveld. Hij trok van schuilplaats naar schuilplaats ; alles in het grootste geheim. Uiteindelijk waren er ongeveer een 26- tal verzetslieden bereid om met hem mee op te stappen richting Lindekensveld. (Namen zijn gekend, doch worden niet medegedeeld op verzoek van betrokkenen en informanten). Wat moest er nu gebeuren ? In feite waren velen van deze weerstanders niet voorbereid op zulk een plotse mededeling die als doel had de Duitse soldaten aan te vallen. Niet iedereen had een militaire opleiding achter de rug, waarin drill en gevechtstechnieken aan bod kwamen. Eén zaak stond echter vast, ze hadden moed en durf. Hun bewapening was uiterst miniem : 3 mitrailleuzen, 6 geweren, enkele revolvers en wat handgranaten. Aangekomen op het Lindekensveld zagen zij in de verte de hoeve van de familie CLERCKX , met boven in de vensteropening een Duitse officier die met zijn verrekijker in de richting van de naderende weerstanders keek. Deze Duitser was er zich terdege van bewust dat het hier om hem en zijn mede- soldaten ging aangezien hij aanstalten maakte tot overgave. Niets daarvan echter : het ging om een afkeurenswaardige daad die de verzetslieden misleidde. Nauwelijks waren ze binnen schietbereik of de Duitsers vuurden in hun richting. Door dit onverwachte gebeuren bracht eenieder die maar kon zich in veiligheid in grachten en hagen. Georges MORREN werd door een Duitse kogel geraakt in de hartstreek en overleed ter plaatse. Het was hij die het eerste vuurde van achter een boom als antwoord op Duitse kogels en zelf het genadeschot kreeg uit vijandelijke richting. Was zulk een misleidende daad een gevolg van een vijandelijk leger dat én in aftocht was én in het nauw zat ? Of was het meer een elitaire zaak ; wou men een militaire overgave aan burgers van het geheim leger voorkomen waarbij men er niet voor terugschrok om een ongeoorloofde tactiek te gebruiken ? (Sommigen spreken van (wettige) zelfverdediging)."

As (begin september 1944).

9) PEETERS, Theodorus van Herk- de- Stad (hij werd geboren in Testelt (Brabant), op 2 juni 1898). Bij ontstentenis van overlijdensakte was er een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg vereist om Theo Peeters ook wettelijk dood te verklaren. Vraag is trouwens, - ' was er nog wel een ambtenaar van de burgerlijke stand operationeel bij het bestuur van de gemeente As, gedurende de eerste twee weken van september 1944 toen As in de vuurlijn lag, als hoofdkwartier van de 176 ste 'Division zur besonderen Verwendung ?'

Helchteren (8 september 1944)

10) AERTS, Henri (*Paal, op 19 november 1922). Ziehier het relaas (van LIESHOUT, Jan, 'Limburgs Dagblad', 14 maart 1981). -"Met een gerust hart gingen de boeren van 't Sonnis en De Vink, - gehuchten die ten oosten van het dorp zijn gelegen, - de volgende morgen naar de begrafenis van Mathieu TIMMERS (+Helchteren, 4 september 1944). (. . .) Het gemeentebestuur van Helchteren overlegde waar het de twee Britten, die 's daags tevoren waren gesneuveld (?), zou begraven. Tijdens dit beraad kwam Jef VERMIJL binnenstormen. 'De Duitsers komen terug', riep de kompel met overslaande stem. De kerkgangers zochten een haastig heenkomen bij de bewoners rond de kerk. Jozef KERFS en Hendrik VANBRIEL, twee boerenzonen, de een van 't Sonnis en de andere van De Vink, - schoten bij molenaar Michel CEYSSENS binnen. Toen voor diens zaadwinkel aan de Hondsstraat een anti- tankkanon in stelling werd gebracht, haastte de molenaar zich met vrouw en kinderen, met werkvrouw en kerkgangers naar de schuilkelder achter het huis. Onderwijl was vanuit de molen op de Duitsers geschoten. Buiten medeweten van Michel CEYSSENS had Henri AERTS, een 20- jarige kompel uit Helchteren, zich op de bovenste zolder verschanst. De 'Fallschirmjäger' omsingelden de molen en schoten de sluipschutter op diens vlucht neer. De mijnwerker droeg een witte salopette en een blauwe muts met een tricolore band ; het uniform van de Limburgse leden van het zogenoemde geheim leger, dat inmiddels was gemobiliseerd om aan de strijd tegen de Duitsers deel te nemen. 'Partizanen', concludeerden de 'Fallschirmjäger, die molen, winkel en woonhuis doorzochten. Allen moesten uit de schuilkelder komen. Om zeker te zijn dat niemand was achtergebleven werd een granaat in de schuilkelder geworpen. Vrouwen en kinderen werden de stal ingedreven, die vol met gewonde soldaten lag ; sommigen met de darmen uit hun buik. Om haar kinderen die afschuwelijke aanblik te besparen, kroop Nes CEYSSENS- ULENAERS met haar kinderen en Maria DANIËLS, haar poetvrouw, weg in de kelder van het woonhuis dat even later in brand werd geschoten. In paniek renden de vrouwen met de huilende kinderen dwars door een regen van kogels over gewonde en gesneuvelde soldaten naar de boerderij van Maria DANIËLS, welke een paar honderd meter achter de molen was glegen. Amper waren ze binnen toen een granaat insloeg en een koe doodde. Omtrent het lot van de mannen verkeerden de vrouwen (en kinderen) in het ongewisse. Met de handen omhoog waren Michel CEYSSENS, Jozef KERFS en Hendrik VANBRIEL afgevoerd. 'Ik zag ze komen', aldus Michel DONNE, die voor het raam stond dat op de molen van Michel CEYSSENS uitzag. 'Ik kon niet zien wie het waren?' De Duitsers joegen de mannen de berg op waar ze zich moesten omdraaien met het gezicht naar de Duitsers toe. De ene Duitser schouderde het geweer en de andere gaf het vuurbevel. Eén voor één werden zij doodgeschoten? Om te zien of zij werkelijk dood waren, schopten de valschermjagers tegen de lijken, die ze zonder ze te begraven achterlieten.'

Houthalen (10 /12 september 1944)

11) CORNELISSEN, Jan, Mathijs (*Opitter, 23 januari 1896). Hij werd begraven in zijn geboortedorp. Omstandigheden van neerschieten en overlijden werden tot nu toe niet opgezocht en ook door niemand medegedeeld. Waarom het tiende slachtoffer, Henri Aerts en het elfde slachtoffer, Jan Mathijs Cornelissen niet op het Kiewit- monument worden vermeld, terwijl de historici van het geheime leger volhouden dat er elf slachtoffers waren, is een vraag die niet kan beantwoord worden. Wegens het falen van het krijgsauditoraat. Een falen dat voortduurt. Er is immers vermoeden van oorlogsmisdaad. En oorlogsmisdaden verjaren nooit.

Houthalen (september 1944)

12) De overlijdensakte nr. 23 van 29 september 1944 van de burgerlijke stand van de gemeente Houthalen, vermeldt de ontdekking van het lijk van een onbekende. De dode was goed gekleed en droeg een blauwe alpenmuts. Vermoord door 'Fallschirmjäger' ? Of een afrekening onder partizanen ? Waarom werd het lijk niet geïdentificeerd ? Geen lijkschouwing ('post mortem'). Waarom werd het lijk door niemand opgeëist ? Zou het een vermoorde deserteur zijn ? Vermoord door wie ?

Achtergrond en nawoord

Op 3 september 1944 werd Brussel, op 4 september Antwerpen en op 7 september Hasselt bevrijd, al werd er een week later nog altijd gevochten op Hasselts grondgebied. Sommige geschiedschrijvers verklaren, met de bevrijding van Brussel, het grondgebied van België vijandvrij. In werkelijkheid merkte Hitler dat het Britse leger was stilgevallen en dat het Amerikaanse leger het Albertkanaal nog niet had bereikt. Hij mobiliseerde de nog beschikbare parachutisten-regimenten en de zogenaamde 'Ersatz'-eenheden, samen zo een 30.000 man sterk, voor beide Kempen. Voor minstens één geschiedschrijver van het geheime leger was dit een mini- leger. Welnu, op 30 juni 1960, de dag van de Onafhankelijkheid van Kongo, omvatte de Kongolese troepenmacht 28.000 officeren en manschappen. Generaal- Veldmaarschalk Keitel gaf het mini- tegenoffensief de code- naam 'Herbststurm'.

Reeds op 5 september 1944, 'dolle dinsdag', controleerden vier compagnieën 'Jeugd-stormers' van de Nederlandse Waffen- SS de rijksweg tussen de Kempische brug in Hasselt en het centrum van Houthalen, waar zij aansluiting hadden bij drie op mekaar volgende 'Fallschirmjäger'- regimenten, in Houthalen, Helchteren en Hechtel.

Weerwraak

De 'Funkabwehr' te Chaudfontaine, het afluisterapparaat van de Duitse contra-spionage, had op 31 augustus en 1 september 1944 het Londense mobilisatiebevel van het Belgische geheime leger onderschept. Onmiddellijk werden weerwraak- maatregelen afgekondigd voor het geval Belgische verzetslieden ook maar één schot zouden lossen op een Duitse soldaat. 'Verzetslieden zijn vrijschutters', zo luidde het. 'Ze moeten ter plekke worden afgeslacht.' Bovendien moesten, per schot uit een verzetsgeweer, tien gijzelaars tegen de muur.

Dat weerwraaktarief werd letterlijk toegepast. Op 5 september op de Kiewit (Hasselt), op 8 september in Helchteren, op 9 en op 10 september in Hechtel, op 11 september in Louwel / Opglabbeek, op 12 september in Heer- bij- Maastricht, op 14 september in Mindergangelt- bij- Gangelt en op 15 / 17 september in Kinrooi- Molenbeersel. Op 3 september was immers het mobilisatiebevel van het Limburgse geheime leger afgekondigd. Ook dat werd onmiddellijk onderschept door de 'Funkabwehr', nog vooraleer het hoofdkwartier van het geheime leger de kans had gekregen het bevel te vertalen, uit het Frans. Tegen middernacht fietsten de koeriers naar de sectoren Bilzen, Hasselt, Heks, Herk-de-Stad, Leopoldsburg, Maaseik, Neerpelt en Sint- Truiden (Tongeren en Waterschei- Genk werden gecontroleerd door de Belgische Nationale Beweging en door de Partizanen). De code- oproep uit Londen luidde,- "gelieve in een kooi te plaatsen . . .", gevolgd door de vooraf overeengekomen code- naam van de schuilplaats, - bijvoorbeeld 'libellule' voor Rotem.

300 doden

Tussen het Albertknaal en de Zuid- Willemsvaart stonden op 7 september 1944 de Britse 'Goldrush' en de Belgische 'Special Air Service' tegenover het Duitse 'Herbststurm'- tegenoffensief. Het Limburgse geheime leger probeerde aan de kant te staan van de geallieerde manoeuvres. De eindbalans was zwaar. De twee weken durende 'Herbststurm', die door de geschiedenis en door België wordt miskend, kostte Limburg meer dan 300 'militaire' slachtoffers, = gijzelaars, vrijschutters, verzetslieden, ook vrouwen, dus zonder rekening te houden met de doden vanwege bombardementen en ander oorlogsgeweld tegen de burgerbevolking. Deze miskenning van de bloedige, Limburgse werkelijkheid werd weggewerkt door een bijdrage van deze schrijver in het 1997- nummer van 'Militaria Belgica', het jaarboek van de Vereniging van de Vrienden van het Legermuseum en van de Krijgsgeschiedenis, v.z.w. te Brussel (Jubelpark), - 'De tegenaanval van het Eerste (en laatste) parachutistenleger tussen de beide kanalen, van Antwerpen tot Maastricht'.