Op z' Loons (28)

Print

Borgloon

Borgloon -

1. Bë de bekker koape ve oek vuijl op ze Fraans : briosje, éclerkes, gozette, paateikes, gaatou bë krèmfresj of krèmobör, toert.
Bij de bakker kopen we ook veel in het Frans : suikerbroodjes, soezen, appelflappen, gebakjes, gebak met slagroom of roomboter, taart met deksel

2.

Ozze geboer ho` en stroojt gelèk en regol. Ilke weejk droank er e tönneke Kristaal Alleke oijt.
Onze gebuur had een een dorstige keel. Elke week dronk hij een vaatje Cristal.

3. Doo hët mich iejts gestooke. Wes't een weips, e biejke of een daps ?
Daar heeft me iets gestoken ! Was het een wesp, een bijtje of een daas?

4. Koojoange schoojte vrugger bë een flits op keejskète en kwakvrös.
Kwajongens schoten vroeger met een katapult op koolmeesjes en kikkers.

5. En koo vroaw mok van ene eingel ne duuvel.
Een boze vrouw maakt van een engel een duivel.


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio