De voeten wassen

Print
Een man kwam op bezoek bij een jonge vrouw. Ze hadden iets te bespreken. Het ging eerst over koetjes en kalfjes tot ze thuis waren bij elkaar. Plots verdween de vrouw in de keuken en kwam terug met een kom water en een handdoek. Ze deed zijn schoenen en sokken uit, waste zijn voeten, droogde ze af en deed zijn sokken en schoenen terug aan.
Ze bracht alles terug naar de keuken. De man was aangedaan. De vrouw voelde zich op haar gemak. Ze vond onmiddellijk de juiste woorden om het afgesproken onderwerp aan te snijden. Het gesprek vlotte. Het was alsof ze een wereld met elkaar deelden die meer met een gebaar dan met woorden moest uitgedrukt worden. Plots dacht die man dat dit in het leven van Jezus twee maal voorgekomen was. Eenmaal was Jezus bij een Farizeeër te gast. Een vrouw met een slechte reputatie kwam Jezus’ voeten wassen. Ze zei niets. Een tweede maal waste Jezus op zijn afscheidsmaal zelf de voeten van zijn leerlingen. Hier werd duidelijk gezegd dat het uit liefde was. Welke soort wereld komt in dat gebaar naar boven