thumbnail: null
thumbnail: null

Discriminatie BHV

Hoelang mag een door het Arbitragehof vastgestelde discriminatie (blijven) duren ?

M.C.

Een briefschrijver schrijft in zijn brief van 12 mei 05 :" Ik begrijp ook de uitspraak van het Arbitragehof niet als ze een datum plakt op de regeling. Als de situatie ongrondwettelijk is dan dient ze mijn inziens geregeld voor de verkiezingen zoniet zijn deze ongrondwettelijk en dus ongeldig." einde citaat.

En dan te bedenken dat de paarse regering de splitsing van B-H-V zelf op de spits dreef, door het inrichten van provinciale kieskringen. Provinciale kieskringen waarvan ze verwachten dat ze voor de regerende ploeg voordelig zouden zijn. Maar met de gewijzigde situatie, het niet splitsen van

B-H-V, waarbij de nog steeds zittende regering door een zeer groot deel van de Vlaamse bevolking met de nek wordt aangekeken, vraag ik mij af of dit voordeel momenteel nog wel speelt.

Zolang wij in dit partijdige konink'rijk' nog mogen denken, zal ik dat doen. Daarom heeft ook het aangehaalde citaat, mij aan het denken gezet.

Welnu, in het geval B-H-V heeft het Arbitragehof zich wel door de grondwet laten leiden, wat niet altijd evident is. Het Hof is dus terecht tot de bevinding gekomen dat door het inrichten van provinciale kieskringen, B-H-V een geval 'apart' was.

Dat de kiesvoorwaarden in Vlaams-Brabant niet strookten met de grondwet, betreffende het discriminatiebeginsel.

En het arrest is moeilijker te begrijpen dan het bij de doorsnee Vlaming wordt geïnterpreteerd.

Het Arbitragehof heeft de bepalingen over de kieskring B-H-V niet vernietigd. Het Hof heeft alleen vastgesteld dat de kandidaten van Vlaams-Brabant door de provinciale kieskringen gediscrimineerd worden en bijgevolg het behoud van de kieskring B-H-V, ongrondwettig is.

Maar dat kan, bij wijze van spreken, zelfs het kleinste kind vaststellen.

Bovendien staat de 'discriminatoire vaststelling' enkel in de 'overwegingen' van het arrest. Want de splitsing is niet de enige juridische oplossing voor het probleem.

Aangezien door heel wat rechtsgeleerden en politici er steevast wordt op gewezen dat de grondwet de pijler van onze rechtstaat is, stelt zich de vraag :" Hoelang mag een door het Arbitragehof vastgestelde discriminatie, tevens schending van de grondwet, die ongrondwettelijkheid ( lees : discriminatie) (blijven) duren. Op dat vlak heeft het vonnis van het hoge Hof geen echte klaarheid gebracht.

Zelfs grondwetspecialisten zien niet helemaal klaar in de uitspraak. De interpretaties lopen nogal eens uiteen.

Ik dacht dat een uitspraak die interpretabel is, geen goede uitspraak is.

Volgens professor Patricia Populier van de Universiteit Antwerpen druist het regelen van de kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde na de verkiezingen van 2007 'zeker' in tegen de geest van het arrest van het Arbitragehof. Maar er is echter geen middel om het parlement te dwingen vroeger een antwoord te geven op het arrest.

Volgens professor Populier zou men een nieuw arrest moeten kunnen uitlokken, waarin het Arbitragehof de schending van de grondwet vaststelt.

Wellicht wordt hier bedoeld, de vaststelling van de schending van de grondwet, die in het 'dictum' van het arrest wordt opgenomen.

De deadline die het Arbitragehof, namelijk voor de verkiezingen van 2007, oplegde, met een spitsvondigheid omzeilen, zegt natuurlijk alles over de huidige generatie regerende politici. In alle geval onfatsoenlijk in het kwadraat.

Met haar arrest wilde het Arbitragehof de regeerders diets maken dat de kwestie B-H-V, eigenlijk, feitelijk tijdens deze legislatuur en dus voor de verkiezingen moest opgelost worden.

Maar toch, als je weet dat het Arbitragehof is samengesteld uit 'afgedankte' politici, die het klappen van de zweep wel kennen, dan vraag ik mij af of de dubbelzinnige interpretatiemogelijkheid of onvolkomenheid van het arrest , geen duwtje in de rug werd gegeven.

Want hoe je het ook keert of draait, politiek aangestelde rechters moeten toch altijd een beetje 'erkentelijk' blijven ten overstaan van de macht die hen daar geplaatst heeft.