Opklaring

Print

De storm is geluwd. Wees stil en luister naar het zuchten van de bomen. Hun krampachtig buigen en zwichten is eindelijk voorbij. Ze wuiven slechts gelaten en gedwee. Ze zien toe hoe de winden de wonden likken en pinken een traantje weg na ’t geleden leven.

 

Is dit de kelk die Gij mij te drinken geeft, mijn God? Amber, bitter zout als zilte tranen… Uitkijkend naar de lange vlakte van de zee in rust. Eindelijk thuisgekomen. 

‘k Vergeet nooit meer die Hand die Gij mij reikte in de diepste nacht van de stormen. En nooit nooit meer laat ik je los. Ik wil bij je zijn en vrede vinden, opklaring, ooit voor eeuwig.