De premier op het Rode Plein

Zondag 8 mei vertrekt de eerste minister naar Moskou om deel te nemen aan de feestelijkheden rond de verjaardag van de overwinning van de Sovjetrussische troepen op het nazisme.

Hubert Spons - Tongeren

Hij wil daar zijn omdat Rusland in Wereldoorlog II tot het geallieerde kamp behoorde (in het begin eventjes nog niet, maar dat is een detail dat men onder vrienden niet oprakelt), en het een groot aandeel heeft gehad in de overwinning.

Begrijpelijk, hoewel: de ene geallieerde is de andere niet, en de ene overwinnaar is de andere niet. Ik hoop dat onze premier, wanneer hij te midden van zijn collega’s uit West-Europa mee de parade afneemt, een korte overpeinzing zal besteden aan het feestje waarmee de sovjetsoldaten in 1945 de inname van Berlijn hebben gevierd.

Ik weet het wel, Rusland is nu een democratie.

Hoewel: de ene democratie is de andere niet. De manier waarop Poetin de Tsjetsjeense onafhankelijkheidstrijders van zijn gelijk probeert te overtuigen, is geen procedure die men in de les zedenleer en lekenmoraal als model van broederschap kan voorhouden. Maar onze premier heeft er waarschijnlijk begrip voor. Voor hem zijn de Tsjetsjenen oproerkraaiers die zich van Rusland willen afscheiden. Ze doen hem denken aan de vele beroerde Vlamingen die evenmin respect hebben voor hun vaderland. Als zijn humanistische gevoeligheid eventjes beroerd wordt door twijfels over de onzachte middelen die Poetin gebruikt om de eenheid van Rusland te vrijwaren, zal hij vermoedelijk iets mompelen in de aard van: “Goed zo Vladimir, geef ze er van langs”.