Vogelvrijverklaring

Print
Vogelvrijverklaring
"Wedijveren met zingende botvinken lijkt voor niet-ingewijden enigszins vreemd. Toch blijft dit overwegend Vlaamse gebeuren nog steeds in opmars. Wellicht is zoeken naar identiteit en bevestiging in een toenemende anonieme en complexe samenleving de verklaring. Vooral met de opbouw van een intensief verzorgings- en voedingsschema van elke vogel en met de specifieke voorbereiding op wedstrijden, ontwikkelt de vinkenier een stukje rijke persoonlijkheid. Het naleven van een strak afgelijnd zang- en wedstrijdreglement stimuleert sociale vaardigheden en draagt bij tot een harmonieus bestaan. Reglementering en beperkingen blijven immers zowel boeien als uitdagen."
(De Koninklijke Nationale Federatie Algemene Vinkeniersbond, http://www.nelis.info/dieren_hengelsport/de_putter_of_distelvink.htm)

Het bovenstaande citaat huldigt in lyrische bewoordingen de benefieten van de vinkenzetterij als ware zij een panacee voor de verzuring van onze samenleving en de redding van ons cultureel erfgoed.
De kranten stonden deze week bol van dergelijk pseudo-sociologisch jargon.
Sommige politici, met name van VLD en CD&V, lieten zich niet tegenhouden door enig gebrek aan kennis terzake en sprongen op de electorale wipstok.
In ruil voor de verhoopte stemmen van een paar duizend vinkeniers riskeren een paar duizend wilde botvinken levenslang te krijgen.
Zouden we dan minder verzuren met wat meer vinkjes achter de tralies ?



1. Het gevangenhouden van vinken omwille van traditie, amusement of prestige is bij nader toezien een wrede aangelegenheid.
Gevangen vinken leiden een troosteloos bestaan.
Tijdens hun levenslange gevangenschap veroorzaken de benepen leefomstandigheden chronische stress en gedragstoornissen. Daardoor wordt het psychisch welzijn van deze dieren ernstig aangetast -dat is hen overigens niet onmiddellijk aan te zien want vogels gedragen zich nogal bescheiden in hun leed.
Gekooide mannetjes zingen functioneel: ze hopen daarmee een partner te lokken en hun territorium af te bakenen. Hun zang wordt vaak geduid als een teken van geluk of welbehagen -een veronderstelling die wordt ingefluisterd door vrome leugens of pertinente misleidingen. Er zijn namelijk meer en betere redenen om te stellen dat gekooide vinken zingen uit eenzaamheid.

Vinken kweken in gevangenschap lukt moeizaam. Gekweekte vinken zijn bovendien minder geschikt voor zangwedstrijden. "Ze vertonen minder kamplust, het is het verdedigen van het territorium dat aanzet tot zingen'', zegt Vlaminck, voorzitter van de Algemene Vinkeniersbond.
"De inteelt die nu op bijeenkomsten zit te kwelen: kromme teentjes, valse stemmetjes" (uitspraak van een vinkenier in de pers, 16 april 2005).
Tijdens die bijeenkomsten in wedstrijdverband kan de temperatuur in de vinkenkooien, op het asfalt geplaatst, oplopen tot 50 graden celsius.
Vermindering van voortplantingsdrift, van kamp- en zanglust, kromme teentjes, welhaast gepasteuriseerde vinken, dit zijn onmiskenbare uitingen van slecht dierenwelzijn.
Het spelen met gekooide vinken is dan ook onderwerp van stijgende kritiek en dalende populariteit bij steeds meer mensen die kennis nemen van de feiten achter de tralies.



2. Volgens ethologische expertises is de hobbyistische setting van een vinkenkooi of een kunstmatig verduisterde volièrehoek geen aanvaardbare habitat voor vinken, of het nu winter is en koud, of zomer en warm. De opinie van de vinkeniers kan niet gebruikt worden om deze onafhankelijke wetenschappelijke expertises te weerleggen.
Volgens hun ethologische behoeftes hebben vinken nood aan verscheidene hectares voor hun complexe sociale structuren, een gegeven waaraan in hun enge leefomstandigheden bij vinkeniers niet wordt voldaan.
Vinken in vrijheid vliegen tot 40 km per uur en bereiken hoogten van 200 meter.
Vrije vinken leven zelden alleen.
Trekvinken trekken jaarlijks honderden kilometers ver van West- Europa naar Scandinavië en terug.
Het niet kunnen uitoefenen van het natuurlijk gedrag, zodanig dat het welzijn van het dier volgens de huidige kennis van zaken ongunstig wordt beïnvloed, is een inbreuk op het dierenwelzijn.
Dat is onmiskenbaar het geval bij vinken in een kooi.



3. Het opvoeren van vinken in een dergelijke onnatuurlijke context zendt de impliciete boodschap uit dat dieren gebruikt mogen worden voor louter amusement van de mens en dat hun welzijn er niet toe doet.
Bepaalde politici blijven zich verschuilen achter allerlei drogargumenten in een poging het misbruik te rechtvaardigen. Zo beweren sommigen dat de vinkensport gerechtvaardigd zou zijn omdat zij een eeuwenoude volkssport is, omdat zij tot een volkse traditie behoort die cohesie zou creëren in een verzuurde samenleving, omdat zij een sociaal weefsel onderhoudt dat kan tellen (cfr. volksvertegenwoordige Decaluwé).
Rattenschieten, kattenwerpen en ganzenrijden deden dat ongetwijfeld ook, in een grauw en grijs verle­den toen het algemeen ont­wikke­lings­sta­dium van de mensheid wegens gebrek aan alter­natieven nog op een bedroevend primi­tief en barbaars peil vertoefde.
Discriminatie van een soort ligt in het verlengde van discriminatie naar huidskleur, gender, leeftijd of handicap.

Welke ethische boodschap willen wij aan onze kinderen meegeven ?
Dat het legitiem is om het ecosysteem te verstoren en duizenden wilde vogels te vangen omwille van een spelletje dat beoefend wordt door een verdwijnende generatie van prijskampers en titelveroveraars ?
Dat het de normaalste zaak van de wereld is om vinken te kooien omwille van de wedijver en ijdelheid van een aantal vogelliefhebbers -what's in a name?
Zo maken we kinderen blind voor de realiteit van het dierenleed dat daarachter schuilt en doen we bovendien principieel onrecht aan de ontwikkeling van hun pril kritisch denken en hun inlevingsvermogen.



4. Dieren gevangen houden en misbruiken in sport en spel tot 'vermaak' van mensen is volkomen uit de tijd en ethisch niet langer te verantwoorden. De maatschappelijke opvattingen over dierenwelzijn veranderen, meer en meer mensen lezen wetenschappelijke rapporten en zijn ervan overtuigd dat het geen goede zaak is om dieren te gebruiken/misbruiken voor het amusement.
De manier waarop mensen naar dieren kijken verandert progressief, ondermeer door de bovenvermelde redenen.
Waarom zouden we kijken naar het lijden, de vernederingen van andere wezens?
Meer en meer mensen verkiezen dieren in vrijheid te zien, niet als folkloristische atracties, in benarde omstandigheden.
Het is een triestig leven in gevangenschap. Kooien kunnen nooit tegemoet komen aan de behoeften van dieren.



5. Het voortbestaan van folklore en volkse tradities is niet afhankelijk van het misbruik van dieren. Sociale warmte, volkse gemoedelijkheid en gezelligheid zijn noodzakelijk voor een gezonde samenleving maar niet als het ten koste gaat van weerloze wezens.
Er ligt dan ook een grote verantwoordelijkheid, niet enkel bij de overheid, maar ook bij de ouders.
Als ouders hun kinderen bewust maken van de kwelling van gekooide vogels, zullen kinderen allicht geen zin meer hebben in een dergelijk verzuurd "cultureel erfgoed". Door de ouders te sensibiliseren, zal ook de druk op de vinkeniers toenemen om hun vermeend imago van volksheld bij te sturen en andere wegen te zoeken om hun persoonlijkheid te manifesteren zonder misbruik van weerloze dieren.
Culturele tradities, waaronder de volkssporten, zijn onmiskenbaar deugdzaam voor een gezonde sociale cohesie en evolueren mee met de tijd, een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen voortbestaan.
Talrijke volkssporten zijn niet met uitsterven bedreigd en injecteren op spontane wijze de zo noodzakelijke vreugde in onze verzuurde samenleving.
De vinkenierslobby is echter de naam van volkssport onwaardig en brengt andere volkse tradities in discrediet. Omdat zij stoelt op dierenleed en een onderliggende boodschap uitdraagt van ethische onverschilligheid en fnuikende bekrompenheid werpt zij een smet op de pleitbezorgers van de herwaardering van het cultureel erfgoed in het algemeen en de volkse cultuur in het bijzonder.



6. Vinken, die in hun natuurlijk milieu een hyperactief leven leiden, wegvangen en opsluiten in kooien om vervolgens te beweren dat men volkomen rekening houdt met het dierenwelzijn: sommige politici laten zich niet weerhouden door inconsistentie. De enigen die profiteren van de in de natuur gevangen vogels zijn de vinkeniersbonden en de politici die zelf de vinkenzetters op de lijmstok willen lokken.
Het voorstel van CD&V en VLD om de vinkenvangst weer toe te laten vormt daarenboven een inbreuk op de moeizaam verworven maatregelen om vinken niet langer bloot te stellen aan vervolging.
Anno 2005 loopt een vrije vogel nog steeds het risico op een vogelvrijverklaring.



7. Artikel 4 van de Wet betreffende de bescherming en het welzijn der dieren [1] stipuleert:

§ 2. Niemand mag de bewegingsvrijheid van het dier dat hij houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, zodanig beperken dat het aan vermijdbare pijnen, lijden of letsels is blootgesteld.
Wanneer een dier gewoonlijk of voortdurend wordt vastgemaakt of opgesloten, moet het voldoende ruimte en bewegingsvrijheid krijgen, in overeenstemming met zijn fysiologische en ethologische behoeften.

Hebben Carl Decaluwé (CD&V), Karlos Callens (VLD), Luc Martens (CD&V), Marnic Demeulemeester (VLD) en Joke Schauvliege (CD&V) nagetrokken of de bedoelde vinkenvangst met het oog op het bedoelde vinkenzetten niet indruist tegen de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het wel­zijn der dieren, cfr. artikel 1, artikel 4 paragraaf 1 en 2 en artikel 36, paragraaf 9 ?



8. En zelfs, indien zou blijken dat bij interpretatie naar de letter van de wet een dergelijke activiteit wel toelaatbaar zou kunnen geacht worden, dienen dan, in acht genomen de groei­ende progressieve maatschappelijke bewogenheid inzake dieren­welzijn en dierenethiek, de volksvertegenwoordigers en de politici geen voorbeeldfunctie te vervullen en de wet in de breedste zin van het woord te interpreteren ?

Er is een verschil tussen een legale toelating en een ethische impetus. Er was een tijd, noch niet eens zolang geleden, dat slavernij legaal was toegelaten in Amerika en Europa. De mensheid heeft ondermeer daaruit kunnen leren dat wetten niet onfeilbaar zijn en dat zij kritisch moeten onderzocht worden, zeker als er sprake is van discriminatie van een ras of een soort.
Want discriminerende wetten kunnen niet gebruikt worden om discriminatie wit te wassen.

Om al deze redenen vraag ik met aandrang
* een verbod op de vinkenvangst in de natuur en
* een stimulerende afbouw van het vinkenzetten in het algemeen.

Met een dergelijke beslissing dragen de beleidsmakers immers bij tot een diervriendelijke samenleving en een positieve educatieve beeldvorming.
[1] Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het wel­zijn der dieren (gewijzigd bij de wet van 26 maart 1993 & de wet van 4 mei 1995 | B.S. 28.07.1995 |, cfr. artikel 1, artikel 4, paragraaf 2 en artikel 36, paragraaf 9).