Het wachten beu

Print
Het wachten beu

Het wachten beu

In Vlaanderen hebben 20.852 mensen met een handicap een vraag naar aangepaste zorg lopen. Dat blijkt uit het nieuwste, zesmaandelijkse zorgregierapport dat het Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap (VAPH) eerdaags openbaar maakt.
Bij elke nieuwe editie doet dit rapport stof opwaaien. Dat is de verdienste van Yves Leterme. De CD&V’er bombardeerde het wegwerken van de wachtlijst in de gehandicaptensector tot breekpunt in zijn verkiezingscampagne van 2003.

Vandaag, tien jaar later, heeft Leterme Vlaanderen verlaten voor een job in Parijs, de wachtlijst is gebleven. Het omgekeerde was ongetwijfeld beter geweest. Het nieuwste rapport leert dat er 1.203 zorgaanvragen minder zijn dan een jaar geleden, toen het recordaantal van 22.055 werd bereikt.

Dit goede nieuws is de verdienste van deze Vlaamse regering, en in het bijzonder van minister van Welzijn Jo Vandeurzen. De CD&V’er mag dan geen meester-communicator zijn, hij heeft wel een hart voor de sector, en werkt al vier jaar lang in de luwte keihard aan een structurele oplossing.

Vandeurzen bewandelt daarvoor twee paden. Ondanks de budgettair moeilijke tijden trekt hij deze legislatuur 145 miljoen euro extra uit om het tekort aan opvangplaatsen in de gehandicaptensector weg te werken.

Dat bedrag komt bovenop de enveloppe die het VAPH jaarlijks uit de Vlaamse begroting krijgt. Voor 2013 gaat het om 1,34 miljard euro. Dat is 67 procent meer dan tien jaar geleden. Wie beweert dat deze Vlaamse regering niet investeert in gehandicaptenzorg, ijlt.

Daarnaast werkt Jo Vandeurzen onverstoorbaar aan de implementatie van het ‘Perspectiefplan 2020’. Dat moet een grondige zorgvernieuwing in de sector ontplooien waardoor met bestaande middelen meer gehandicapten efficiënter ondersteund kunnen worden.

Hoe hoopvol de nieuwste cijfers ook zijn, veel reden tot juichen is er niet. De wachtlijst blijft onethisch lang. Na Leterme I, Peeters I en II, zal ook de volgende Vlaamse regering zwaar moeten inzetten op gehandicaptenzorg.

Tenslotte gaat het hier om schrijnende gevallen die onmenselijke inspanningen vragen van de ouders of kinderen van deze 20.000 Vlamingen. Duizenden onder hen hebben hun job opgezegd om hun gehandicapte kind/ouder de zorg te kunnen geven omdat de overheid dit niet kan.

Deze schrijnende gang van zaken is een welvaartsstaat als de onze volstrekt onwaardig, ook in tijden van budgettaire krapte. Dat extra investeringen een aanzuigeffect creëren en dus tot meer zorgvragen leiden, kan en mag in deze geen excuus zijn.

Wedden dat ook Jo Vandeurzen daar zo over denkt. Kortom, er is hoop.

Yves Lambrix