Volkslening

Print
Volkslening

Volkslening

Het gaat niet zo goed met onze economie. Dat maakt de mensen angstig. Omdat ze bang zijn dat ook zij hun werk kunnen verliezen, gaan ze sparen in plaats van hun geld uit te geven of te investeren in aandelen in bedrijven. Dat is opnieuw slecht voor de economie.
Wat we sparen, geven we niet uit. En wat we niet kopen, hoeft niet gemaakt te worden wat opnieuw slecht is voor de werkgelegenheid. Zo creëren we een vicieuze cirkel en zijn we mee verantwoordelijk voor een verdere verslechtering van de economie.

De regering Di Rupo wil daar nu iets aan doen. De ministers van Financiën Koen Geens en van Economie Johan Vande Lanotte leggen de laatste hand aan een volkslening om onze economie te stimuleren. Hoe die er juist zal uitzien, weten we tegen het einde van deze maand.

Hoe dan ook is het de bedoeling dat wie inschrijft op die lening, zijn geld voor 5 of 10 jaar vastlegt, een hogere rente krijgt dan de huidige rente en slechts 15 in plaats van de klassieke 25 procent roerende voorheffing zal moeten betalen.

Wat ook al vast lijkt te staan, is dat de regering het geld dat ze via de volkslening binnenkrijgt wil uitgeven aan wat ze omschrijft als sociale projecten zoals de bouw van scholen, ziekenhuizen en rusthuizen. Het succes van de lening zal in hoge mate afhangen van de rente. Die zal voldoende hoog moeten zijn.

Want wanneer de economie herneemt en de mensen meer vertrouwen krijgen, zullen ze ook weer gemakkelijker gaan investeren in financiële producten die op hun beurt ook meer zullen opbrengen. Met zijn allen hebben we op dit ogenblik zo’n 230 miljard euro staan op onze spaarboekjes.

Dat de regering een deel van dat spaargeld probeert te mobiliseren om te investeren in onze economie, is in principe een goede zaak. Tegelijk geeft het ook aan dat er iets mis is met de federale begroting en bij uitbreiding met alle begrotingen van onze overheden.

Onze overheden zijn vooral tewerkstellingsbureaus en herverdelingsmechanismen geworden. Ze geven hun vele belastinggeld in hoofdzaak daaraan uit en investeren relatief weinig. Dat is de verklaring waarom onze infrastructuur in zijn meest brede betekenis van het woord niet echt aangepast is aan de noden van deze tijd.

Onze wegen, onze scholen en overheidsgebouwen, het materieel waarmee ons leger aan de slag moet, het laat te vaak te wensen over. Nog een voorbeeld? Onze sportinfrastructuur. De organisatie van een Europees laat staan een wereldkampioenschap is in dit land niet meer mogelijk. Een volkslening zal daar weinig aan verhelpen.

In feite is dat ongehoord gezien onze staatsschuld van circa 380 miljard euro die men ook kan zien als een volkslening.

Eric Donckier