Vijftig jaar openbare omroep

Print
Vijftig jaar openbare omroep: aan alle mooie liedjes komt een einde
In Europa staat momenteel de openbare omroep in het centrum van het publieke
debat. In Nederland is er het ministeriële voorstel om enkel informatieve
programma's op de staatszenders te programmeren en amusementsprogramma's af
te voeren. In Italië wordt de politieke onafhankelijkheid van de openbare
omroep in vraag gesteld. Ook de Vlaamse regering creëert een mogelijkheid om
te discussiëren over de toekomst van de Vlaamse openbare omroep, de VRT.
Naar aanleiding van het nieuwe beheersakkoord dat de Vlaamse regering zal
sluiten met de VRT organiseert minister Geert Bourgeois immers een bevraging
van de Vlaming over de rol en opdracht van de openbare omroep.

Het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV) Leuven wil als onafhankelijke
politieke studentenvereniging zeer graag meedoen aan deze bescheiden
volksraadpleging.
Onze reactie vat grotendeels de drie gestelde vragen samen om ze te
herformuleren tot één grote vraag: welke kerntaken heeft de openbare omroep
in de éénentwintigste eeuw?
Om deze kerntaken te bepalen is een terugblik naar de voorbije geschiedenis
vereist.

Ongeveer 50 jaar geleden vonden de eerste uitzendingen van de openbare
omroep plaats in een beperkte technologische en infrastructurele omgeving en
was een financiering louter door reclame en sponsors - de belangrijkste
inkomsten voor commerciële omroepen - zo goed als onmogelijk. Sinds 1989
zijn echter verschillende commerciële zenders met wisselend succes opgestaan
en halen zij een groot marktaandeel. Het medialandschap is m.a.w. dermate
gewijzigd dat de openbare omroep zich niet meer in een monopoliepositie
bevindt.

Wat is dan de meerwaarde van de openbare omroep in onze hedendaagse Vlaamse
moderne maatschappij? Meestal wijzen bepaalde politici en intellectuelen ons
op twee kerntaken. Prioritair dient de openbare omroep als objectief
informatiekanaal voor de bevolking, en daarnaast moet de omroep als het ware
de burger opvoeden en entertainen, aan de hand van allerlei cultuur- en
ontspanningsprogramma's.

Bij nader inzien zijn deze kerntaken voorbijgestreefd in de éénentwintigste
eeuw.
Vooral bij de tweede kerntaak komt dit sterk op de voorgrond. De Vlaamse
regering wil immers dat de VRT naast haar prioritaire taak om op de kijker
en luisteraar gerichte informatie- en cultuurprogramma's te produceren, ook
sport, eigentijdse educatie, eigen drama en ontspanning verzorgt.

Het LVSV vindt dat men deze tweede kerntaak volledig kan overlaten aan de
commerciële omroepen. De openbare omroep doet namelijk meer kwaad dan goed
door het organiseren van deze programma's. De burger wordt immers verplicht
via de belastingen te betalen voor programma's waarnaar hij zelf niet wil
kijken, of waarnaar helemaal geen vraag is. Verlieslatende programma's op
een commerciële zenders worden snel van de buis gehaald. In een openbare
omroep, gespijsd met belastinggeld, is de stimulans om deze programma's te
beëindigen veel minder groot.

De openbare omroep verstoort de huidige marktsituatie door
concurrentievervalsing. Enkele recente voorbeelden ter illustratie. De
oprichting van Sporza afgelopen zomer creëerde bijna een monopolie over de
verslaggeving in verband met de sportactiviteiten. Ook in het ontwikkelen
van nieuwe technologieën verstoort de openbare omroep de markt. De
staatszender wil met een nog hogere dotatie - extra geld van de
belastingbetaler - de digitale televisie versneld en als eerste in
Vlaanderen introduceren. Commerciële maatschappijen vertrekken hierdoor
vanuit een zwakkere startpositie om zelf digitale televisie efficiënter te
ontwikkelen, zonder het gebruik van belastinggeld.

Een laatste, maar niet minder belangrijk voorbeeld van een verstoring van de
marktwerking zijn de reclamespotjes op de openbare omroep. Hierdoor vergroot
de VRT het aanbod van reclametijd in Vlaanderen, wat leidt tot een daling
van de prijs. Deze - in principe gelimiteerde - reclame-inkomsten komen
bovenop de jaarlijkse dotatie van 244 miljoen euro die het budget van VRT
ver doet uitstijgen boven de budgetten van VTM en VT4.

Bepaalde politici brengen hier een sociaal argument tegen in: zonder
openbare omroep zouden bepaalde programma's van de buis verdwijnen waardoor
het recht tot informatie ontkend zal worden aan een deel van de bevolking.
Vooral culturele programma's (Canvas) en sportprogramma's zouden hiervan het
slachtoffer worden. Volgens het LVSV moet het liberaal principe van de vrije
markt op consequente wijze gevolgd worden. Als er een vraag voor bepaalde
programma's zal zijn, dan zullen die logischerwijze op de buis komen. En er
is vraag en aanbod. National Geographic Channel zendt non-stop
natuurprogramma's uit. De commerciële omroep VTM zendt al enkel jaren de
profliga voetbal uit, en binnenkort de Champions League. De vrees dat sport
bij betaalzenders terecht komt zonder de openbare omroep is dan ook
ongegrond.

Het systeem van de commerciële zenders waarbij gekozen kan worden voor
verschillende financieringsbronnen, is de marktconforme oplossing. Een
commerciële omroep kan bijvoorbeeld opteren voor reclame-inkomsten als
financieringsbron of een pay-per-view-systeem toepassen waardoor de kijker
reclame vermijdt.

Eveneens is het hoogtijd dat er een mentaliteitswijziging plaatsvindt. Al
jaren behandelen de BRT en de latere VRT de programma's van de commerciële
omroep met minachting. VTM en andere zenders zouden enkel programma's van
lage kwaliteit en oppervakkig amusement produceren. Deze zienswijze werd
ingegeven door de angst van de VRT om terrein te verliezen t.v.v. de
commerciële omroepen. Dit wordt dan ook als foutief argument aangewend voor
het behoud van de publieke omroep. Biedt FC De Kampioenen meer waarde dan de
Kotmadam? Weegt Polspoel en Desmedt inhoudelijk minder zwaar dan Ter Zake?
Is Koppen diepgaander dan Telefacts?

Ook bij de initiële kerntaak loopt het fout bij de openbare omroep. Tot een
onafhankelijke, objectieve en pluralistische berichtgeving komt de zender
niet. Eerst en vooral is de idee van objectieve berichtgeving een waanidee.
Iedere journalist, iedere krant, iedere omroep zal al dan niet bewust zijn
eigen overtuigingen in de berichtgeving leggen. Dit is natuurlijk een uiting
van de vrijheid van meningsuiting die aan de grond ligt van ons moderne
samenleving. Het bestaan van een staatszender die onder het mom van
objectiviteit overgaat tot het verspreiden van haar mening is echter niet
aanvaardbaar. Het argument dat zonder een door de overheid gesubsidieerd
onafhankelijke informatie- en nieuwsverstrekkend medium de objectieve
verslaggeving in het gevaar zou komen, snijdt geen hout. In minder
democratische regimes zijn de staatsmedia net de propagandamachines en de
demagogie-instrumenten bij uitstek en wordt privaat initiatief in beperkte
mate geduld, doch meestal snel monddood gemaakt. Een mooi, maar
ontluisterend voorbeeld is Rusland, waar de eigenaar van de enige
commerciële zender, die een objectief tegenwicht kan bieden aan de
staatspers, in de cel wordt gegooid.

Nieuwsgaring en informatieverspreiding kunnen even goed enkel uitbesteed
worden aan de commerciële media. Getuige de recente studie van professor Els
De Bens, waaruit blijkt dat de tv-journaals van VRT en VTM zeer weinig
inhoudelijke en vormelijke verschillen vertonen. Er moet dus een einde komen
aan de voorstelling van de openbare omroep als een neutrale informatiebron.

Het LVSV komt dan ook tot de conclusie dat de openbare omroep in de
hedendaagse samenleving helemaal geen kerntaken meer heeft, op informatief
noch recreatief vlak. De VRT is slechts een bedrijf dat teert op
overheidsgeld en de ontwikkeling van goede, private initiatieven tegenhoudt.
Onze analyse heeft duidelijk gemaakt dat de kerntaken waarvoor de openbare
omroep werd gecreëerd volledig ingevuld worden door de commerciële spelers
in het medialandschap. De organisatie van een openbare omroep behoort dus
niet meer tot de kerntaken van de overheid en het is dus aangewezen om de
VRT te privatiseren.

Het nieuwe beheersakkoord moet bijgevolg aangegrepen worden als de unieke
kans om de VRT te transformeren van een star autonoom overheidsbedrijf tot
een nieuwe vrije-marktspeler in de Vlaamse mediawereld.