Bloedige april 1994 in Rwanda (I)

OP 6 april 1994 wordt het vliegtuig van de Rwandese president Juvénal Habyarimana uit de lucht geschoten, zodat de president om het leven komt. Op 7 april wordt niet alleen eerste minister Agathe Uwilingyimana, die wordt verdacht het brein te zijn achter de aanslag, maar ook 10 Belgische commando' s van Flawinne, die het bevel hadden gekregen Agathe te beschermen, door de presidentiële garde en andere Habyarimana- getrouwen op gruwelijke wijze gelyncht. WIE gaf deze

Willy Alenus - Oostende

kansloze soldaten het niet te rechtvaardigen bevel tussenbeide te komen in een afrekening tussen staatshoofd en regeringshoofd en WAAROM ? Wie is verantwoordelijk ? Hebben de nabestaanden de verantwoordeliken aangeklaagd en gedagvaard vanwege het geleden verlies ?

Voorwoord

Op 1 april 1994 is Rwanda al sedert oktober 1990 verdeeld in drie kampen. Het Rwandese Patriottische Front van Paul Kagame, d.i. het strijdende Tutsi- kamp, bezet het noordoosten van het land. Men gaat ervan uit dat dit kamp de steun heeft van Oost- Afrika en van de Engelstalige landen. Het officiële Rwanda, dat wordt erkend door de Verenigde Naties en de internationale gemeenschap, is verdeeld in twee, mekaar naar het leven staande kampen. Het eerste is dat van de 'Akazu'- clan, ook Hutu- power genaamd, - het levert reeds de eerste minister, Agathe Uwilingyimana. Men gaat ervan uit dat het de steun heeft van Frankrijk. Het tweede kamp, dat van president Juvénal Habyarimana, is dat van de in het land gebleven Tutsi en van de gematigde Hutu, - dit zijn de 'verraders' volgens de Akazu- clan. Zij moeten verjaagd of uitgeroeid worden, - de voorbereidingen tot de genocide zijn al meer dan drie jaar aan de gang. Men gaat ervan uit dat president Habyarimana en zijn getrouwen, de steun hebben van België, kamp van president Habyarimana de steun heeft van Belgin matigde ' aan de regering in functie.in twee, meka van de Verenigde Naties, van de Organisatie voor de Afrikaanse eenheid en misschien zelfs van Frankrijk, dat iedereen steunt als hij of zij maar Franstalig is. De Fransen zijn niet thuis in Rwanda en maken moeilijk het onderscheid tussen de Hutu- 'power' van Agathe Uwilingyimana en de Hutu- 'zwakheid', die van Juvénal Habyarimana.

Moord van president Habyarimana en weerwraak op Akazu en Belgen

Op 6 april 1994, om twintig over acht 's avonds, wordt het Franse vliegtuig dat de Rwandese president Juvénal Habyarimana terugbrengt van een internationale conferentie in Dar- es- Salaam (Tanzania), bij het landen op het vliegveld van Kanombe, met raketten uit de lucht geschoten, - alle inzittenden worden gedood. Waar de vermoedelijke daders moeten worden gezocht, kan misschien worden afgeleid uit de reacties van het derde kamp, dat van de Habyarimana- getrouwen. Gedurende de 24 uren die het uur van de dood van de president scheiden van 7 april 1994 's avonds (d.i. het begin van de door de Hutu- power uitgedokterde volkenmoord), speelt er zich nog een tussenspel af, dat wordt opgevoerd door militairen, die hun bevelhebber wilden wreken en die de vermoedelijke daders schenen te kennen of ze alleszins gingen zoeken aan de top van de harde kern ultra's (Agathe) en onder diegenen die deze top trachten bijstand te verlenen. Op die manier komen niet alleen Agathe en meerdere ministers om het leven, maar worden ook tien ontwapende Belgische commando's, die het bevel hadden gekregen de eerste minister te beschermen, alsnog gemassacreerd. Hier rust een zware verantwoordelijkheid op de blauw- helmen- bevelvoering, te beginnen met die van brigadegeneraal Roméo Dallaire en vervolgens die van zijn kolonels (van Belgische nationaliteit).

Genocide op bevel van Akazu en eind- overwinning van het RPF

Deze van hogerhand georchestreerde slachting van de weerloze bevolking duurde drie maanden, tot op de dag dat de RPF- troepenmacht de controle over het land in handen had gekregen en waarbij zij wat er nog overblijft van de gewapende tegenstanders op de vlucht kon drijven. Het aantal doden valt niet te achterhalen. Sedert het vertrek van het Belgische bestuur in 1962, werd er geen volkstelling meer georganiseerd en geen bevolkingsregisters meer bijgehouden. Schattingen van het aantal slachtoffers variëren van een half miljoen tot één miljoen. Niemand zal ooit het exacte aantal doden en verminkten kennen. Eén van de verschrikkelijkste bevindingen is, dat mensen die zich tot de dag voordien, nog nooit aan wat dan ook hadden schuldig gemaakt, 's anderendaags buren begonnen uit te moorden die net zo onschuldig waren als zij. Deze conclusie houdt echter geen rekening met de demografische realiteit, - met de antropologische hypothese dat daar waar amper plaats is voor twee miljoen mensen, maar waar men zit opgestapeld met zeven miljoen en dit in een van de armste landen ter wereld, - er uiteindelijk IETS moet gebeuren, - implosie of explosie.