Mijnmuseum Beringen

Een reactie op het krantenartikel van vandaag over het Mijnmuseum in Beringen.

Ludo Lespoix - Koersel Beringen

De uitbouw van het Mijnmuseum in Beringen gaat 7 miljoen euro kosten, althans volgens gedeputeerde verantwoordelijk voor Cultuur. Nochtans geeft Lisom in een schrijven van 15 januari 2005 een voorstel van de verdeling van de investeringen voor de uitbouw van een Provinciaal mijnmuseum ter kennis van het beleid in onze Provincie Limburg.

Deze investeringen gaan voornamelijk naar de infrastructuur in het controlegebouw,badzaal,een deel van de losvloer,ondergrondreconstructie onder de losvloer en kolenwasserij 2. Voor de verdeling van de eenmalige investeringen wordt door Lisom volgend principe gehanteerd; bouwkundige en een deel van de muurvaste ingrepen worden ten laste gelegd van de PPS, de resterende muurvaste ingrepen en de museuminrichting ten laste van de Provincie Limburg. Dit betekent voor de provincie een bedrag van 3.725 879 €

De inbreng van de PPS (Lisom) constructie is evenwel opgelopen tot 9.678 588 € eenmalige investeringskosten. Daarbovenop komen ook nog eens de kosten voor de museale presentatie waarvoor oorspronkelijk het Casino van Beringen moest dienen van 1.697 085 € bij.

Als we weten dat de ligging van deze mijngebouwen niet in aanmerking komen voor EFRO Doelstelling 2 middelen omwille van een administratieve vergissing uit het verleden, die de deelgemeente Koersel uitsloot als Doelstelling 2 gebied.(Nochtans ligt de mijn van Beringen voor het grootste deel in Koersel), en zal deze vergissing uit het verleden hopelijk in 2007 rechtgezet moeten worden bij de nieuwe EFRO middelen, indien de mijngemeenten nog in aanmerking kunnen komen. Anders zie ik het voor de PPS constructie alles behalve rooskleurig in. De Gallo Romeinen heb ik niet meer gekend, en daar heeft de Provincie Limburg wel voldoende middelen uit het Limburgfonds voor over. Als gewezen mijnwerker moet ik toch oordelen dat diegene die toch een bijdrage hebben geleverd tot de welvaart van onze provincie, de mijnwerkers, er maar een habbekrats vanaf kan.

En die hebben we wel nog gekend.