Vluchthuis

Print

Ik ben 28 jaar oud. Toen hij vaststelde dat ik zwanger was, heeft mijn man mij verlaten. 4 jaren later had ik er een zoontje bij van een andere man. Daarna kreeg ik een miskraam die me in een depressie bracht. Mijn man had geen respect voor mij. Hij sloeg mij.

Ik plaatste mijn kinderen in een instelling, opdat ze het niet meer zouden aanzien. Op een bepaald ogenblik pakte hij mij alles af, mijn geld, bankkaart, SIS-kaart. Ik stond op straat. Langs het OCMW kreeg ik onderdak in een winterhuis van 17u tot 9u. De slaapruimte was min of meer privé. Ik durfde niet slapen. Ik trok alle kleren aan die ik had om warm te hebben. Overdag had ik geen eten, geen geld. Ik zwierf op straat in de hoop dat er ergens een plaats zou zijn voor mij. Na een week was er een kamer vrij in een vluchthuis. Na een korte kennismaking kroop ik onmiddellijk in mijn bed. De volgende morgen voelde ik een tinteling van vreugde. Ik had geslapen. Ik voelde mij veilig. Bij het ontbijt kon ik niet veel binnen krijgen. Mijn maag werkte niet meer. Ik was 7 kg afgevallen.